Magnolia grandiflora Galissonière

Decoratief blad Klein Opvallende vrucht Opvallende geur Wintergroen Volle zon Opvallende bloei

Description

Magnolia grandiflora is een wintergroene magnoliasoort met grote, rubberachtige bladeren die heel de winter op de plant blijven. Hij bloeit van eind juli tot laat in de herfst met wasachtige, crèmekleurige bloemen die tot 25 cm groot kunnen worden en van een ongeëvenaarde schoonheid zijn.
M. grandiflora komt van nature voor van de kust van North Carolina naar het zuiden tot centraal Florida en naar het westen tot Oost-Texas. Hij is het floraal symbool van de Amerikaanse staten Mississipi en Louisiana.
In het wild kan hij een hoogte bereiken van 30 m en tot 15 m breed uitgroeien. In Zuid-Europa kan M. grandiflora uitgroeien tot een statige boom van 15 à 20 m hoog. Ten noorden van Parijs moet hij alleszins op een beschutte standplaats of als leiplant worden geplant vermits hij niet helemaal winterhard is.
‘Galissonière’ is een redelijk winterharde vorm die ook in een kouder klimaat op een beschutte standplaats of als leiplant tegen een muur kan worden gekweekt. Hij is genoemd naar de Franse marineoffecier Roland Michel Barrin, markies de la Galissonière, die, zo wil de overlevering, in 1711 de allereerste M. grandiflora meebracht naar Europa toen hij terugkeerde van een expeditie in Louisiana. Die eerste plant werd aangeplant in de tuin van La Maillardière in Nantes, van waaruit hij zich langzaam verspreidde naar andere tuinen in die streek. Vandaag is het nog steeds de meest aangeplante soort in het zuiden en zuidwesten van Frankrijk en in Italië.
De schors van M. grandiflora werd door de Amerikaanse Indianen gebruikt als koortswerend middel.

Shape

  • Growing habit: Mooi opgaande boom met breed piramidale kroon; kan ook als leiplant worden gekweekt.
  • Height: 5-10 m
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: traag
  • Root system: Gevoelig voor verdichting en verstoring van de wortels

Leaf

  • Shape: Dik leerachtig blad; ovaal tot langwerpig elliptisch, kort toegespitst met kielvormige basis, 12-20 cm lang, tot 10 cm breed; bovenkant kaal, onderkant viltig behaard.
  • Color: glanzend donkergroen, onderzijde roestig grijsbruin
  • Fall color: wintergroen
  • Special features:

Flower

  • Shape: de eerste dag komvormig, de tweede dag breed schotelvormige bloemen, 20-25 cm diameter. Met 9-12 dikke, vlezige tepalen.
  • Color: crèmewit met donkere roodpaarse meeldraden
  • Point of time: juni-september
  • Special features: Zeer sterke citrusgeur; bloeit niet overvloedig, maar heeft heel de zomer constant een aantal geopende bloemen. De bloemen verwelken na een tweetal dagen.

Fruit

  • Shape: opstaande kegelvormige verzamelvrucht, viltig behaard, 8-12 cm; de zaden zijn niervormig.
  • Color: roodbruin met felrode zaden
  • Point of time: zomer

Stem

  • Stem / bark: Gladde, grijsbruine schors; jonge twijgen en bladknoppen geelgroen en licht behaard, oudere takken geelgroen tot bruin

Cultivation requirements

  • Stand: Beschutte, zonnige tot licht beschaduwde standplaats
  • Ground: bij voorkeur luchtige en frisse, goed vochthoudende bodem, zuur tot neutraal
  • Climate zone: 7a
  • Special features: windgevoelig; gevoelig voor droogte; geschikt voor stadsklimaat

Share this page