Nothofagus antartica

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Zure grond Bladverliezend Klein Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon

Description

Ondanks zijn naam komt Nothofagus antarcticus, niet uit Antarctica, maar uit Chili en Argentinië tot Vuurland. Het is een bladverliezende soort. Bij ons wordt hij niet hoger dan 8 m, terwijl hij in zijn thuisland 35 m kan bereiken. Hij is dus zeer geschikt als sierboom voor kleinere tuinen en locaties.
De schijnbeuk valt op door zijn onregelmatige groeiwijze en de sierlijk krullende bladeren. Hij is het hele jaar attractief met zijn geurende bladeren in de lente, de glanzend groene bladeren in de zomer, de gele herfstkleur in het najaar en de bizarre visgraatstructuur van de takken in de winter.

Shape

  • Growing habit: Grote struik of elegante, vaak kort- of meerstammige kleine boom met een onregelmatige groeiwijze van breed kegelvormig tot verwrongen en grillig. De takken staan als visgraten in regelmatige afstanden van de hoofdtak af. De open kroon laat veel licht door.
  • Height: 5-10 m
  • Width: 3-4 m
  • Vigour: matig tot snel
  • Root system: gevoelig voor verharding en verdichting. Gevoelig voor strooizout.

Leaf

  • Shape: klein (1,5-3 cm lang en 1-1,5 cm breed) assymetrisch enkel blad, ovaal tot eirond; onregelmatig getand, met golvende randen en 4 nervanparen; Verspreid staand, aan korte steel.
  • Color: helgroen bij uitlopen, later donkergroen
  • Fall color: goudgeel
  • Special features: verspreiden tijdens het uitlopen een zoete, kruidige geur

Flower

  • Shape: eenhuizig, eenslachtig. Mannelijke bloemen staan alleen of gegroepeerd met twee of drie. Ze zijn zeer klein (3 mm). De vrouwelijke bloemen zijn iets groter en staan meestal in groepjes van drie
  • Color: mannelijke bloemen groengeel, vrouwelijke bloemen roodgroen
  • Point of time: mei
  • Special features:

Fruit

  • Shape: vruchtdozen met drie of vier kleine beukennootjes, ong. 3-4 mm groot
  • Color: groen, later bruin
  • Point of time: oktober

Stem

  • Stem / bark: Schors en takken zijn donkerbruin, ondiep gegroefd. Jonge twijgen zijn roodachtig bruin en licht behaard. De jonge takken zijn, net als die van de beuk, voorzien van opvallende witte lenticellen (schorsporieën ).

Cultivation requirements

  • Stand: Zon of halfschaduw. Een beschutte plaats is belangrijk want zij zijn gevoelig voor ruk-en valwinden en enigszins vorstgevoelig.
  • Ground: Hij houdt niet van een kalkrijke bodem, maar groeit het liefst op vochthoudende humusrijke, neutrale tot licht zure grond.
  • Climate zone: 7a
  • Special features: windgevoelig; niet zoutbestendig. Vooral jonge bomen zijn vorstgevoelig. Zeer geschikt voor stadsklimaat.

Share this page