Ostrya carpinifolia

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Bladverliezend Middelgroot Opvallende vrucht Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Ostrya carpinifolia, de Europese Hopbeuk, is een kleine tot middelgrote bladverliezende boom waarvan het blad sterk lijkt op dat van de haagbeuk (Carpinus), vandaar de Latijnse soortnaam. Essentieel verschil tussen haag- en hopbeuk is dat het blad van de haagbeuk veel meer nerven heeft en aan de voet hartvormig is. Het blad van de hopbeuk is veel scherper dubbel gezaagd en is aan de voet eirond van vorm. De zaden van de haagbeuk zijn enkel en omgeven met omgebogen, kleine schutbladen. Die van de hopbeuk zijn omgeven met grote, vleugelvormige op hop lijkende schutbladen en hangen bovendien in lange trossen. De stam van de haagbeuk is glad, terwijl die van de hopbeuk sterk gegroefd is.
Oorspronkelijk komt de boom uit Zuid-Europa en Klein-Azië. In het wild kan de boom tot 20 m groot worden, in cultuur zelden groter dan 15 m. Hij is dus zeer geschikt voor iets grotere tuinen en parken. Het is een decoratieve boom met mooi blad, een mooie gele herfstkleur, met opvallende katjes vroeg in de lente en vooral zeer opvallende zaadslierten in het najaar.

Shape

  • Growing habit: aanvankelijk vrij slanke, kegelvormige boom, later breed kegelvormig tot eironde kroon; stam niet doorgaand, meestal laag vertakt, met breed afstaande zijtakken en iets neerbuigende twijgen onderaan in de kroon
  • Height: 10-15 m
  • Width: 8-12 m
  • Vigour: langzaam tot matig
  • Root system: verdraagt vrij goed verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: verspreid staand; eirond tot ovaal, met spitse top en afgeronde basis, 5-10 cm lang; bladrand dubbel gezaagd; bovenkant licht behaard, onderkant langs de nerven behaard; 15 tot 17 nervenparen, met vertakte zijnerven
  • Color: mat donkergroen, lichter groen aan de onderkant
  • Fall color: helder geel
  • Special features:

Flower

  • Shape: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke katjes. De mannelijke katjes zijn 5-10 cm lang en hangend, vrouwelijke zijn korter (2-5 cm), aanvankelijk opstaand, later hangend.
  • Color: mannelijke katjes geel, vrouwelijke geelgroen
  • Point of time: eind maart-april, voor het blad
  • Special features: Bloemen worden reeds in het najaar gevormd; bloeit zeer vroeg en zeer overvloedig

Fruit

  • Shape: Kleine eivormige nootjes (nauwelijks 3-4 mm groot) omgeven door grote, vleugelvormige schutbladeren die in slierten tot 8 cm lang als hopbellen afhangen.
  • Color: nootjes zelf zijn bruinoranje, de vruchtslierten zijn roomwit tot lichtgroen
  • Point of time: vanaf augustus

Stem

  • Stem / bark: Bruingrijs, steeds donkerder met verouderen; aanvankelijk is de stam glad, later sterk gegroefd en schubbig en in kleine plaatjes afschilferend. Jonge twijgen zijn kaal en olijfgroen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zonnige en warme standplaats
  • Ground: Groeit op elke bodem, maar verkiest voedzame, eerder lichte en goed water doorlatende grond, zowel lichtzuur tot licht basisch.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: verdraagt zeer goed droogte; goed windbestand; geschikt voor stadsomgeving

Share this page