Populus nigra Italica

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Groot Decoratieve schors Volle zon

Description

De Italiaanse populier is een mutatie van de Europese zwarte populier, Populus nigra. Hij heeft een karakteristieke, smalle, zuilvormige kroon doordat de takken schuin omhoog steken. Hij heeft het min of meer afgeronde, driehoekige tot ruitvormige blad, aan lange zijdelings afgeplatte stengels van de Zwarte populier. Het blad, de twijgen en de knoppen zijn kaal, een kenmerk van de Zwarte populier, waardoor hij zich onderscheidt van de meeste andere populieren die meestal viltig behaard blad zijn. De Italiaanse populier vormt wel worteluitlopers, iets wat bij de Zwarte populier meestal niet gebeurt.
Er zijn alleen mannelijke exemplaren bekend, die dus niet via zaad kunnen vermenigvuldigd worden en waarschijnlijk allemaal afstammen van één en dezelfde boom.
Hij werd vroeger zeer aangeplant als windkering en in rijen langs wegen en kanalen. Omdat hij nogal gevoelig is voor roest en bladvlekkenziekte, wordt hij tegenwoordig minder aangeplant.
De Italiaanse populier is waarschijnlijk afkomstig uit Iran en Afghanistan, maar werd al eeuwenlang aangeplant in de Po-vlakte in Lombardije (Noord-Italië), waar hij rond 1750 werd geselecteerd en zich van daaruit in heel Europa verspreidde.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: hoge boom met rechte, meestal laag vertakte stam en steil opgaande zijtakken; vormt een smalle, zuilvormige kroon, onderaan breder.
  • Height: 20-30 m
  • Width: 4-5 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding; vormt veel worteluitlopers.

Leaf

  • Shape: De bladeren staan verspreid. Min of meer afgeronde, driehoekige tot ruitvormige bladeren, wigvormige voet, ong. 8 cm lang en 9 cm breed; gezaagde bladrand; Bladeren staan aan lange bladstengels, zijdelings afgeplat, zodat ze gemakkelijk heen en weer wiegen in de wind.
  • Color: loopt geel- tot bronsgroen uit, later glanzend heldergroen; bladsteel rood
  • Fall color: goudgeel en geelgroen
  • Special features: loopt vrij laat uit, pas vanaf eind april, en blijven lang hangen.

Flower

  • Shape: Alleen mannelijke bloemkatjes, hangend met vele (5 tot 40) meeldraden
  • Color: grijsgroen met rode helmknoppen
  • Point of time: maart-april, voor het blad
  • Special features:

Fruit

  • Shape:
  • Color:
  • Point of time:

Stem

  • Stem / bark: Vaal donker grijs; sterk gegroefd met wratten, op latere leeftijd knoestig; jonge takken kaal, helder grijsbruin, met spitse, behaarde winterknoppen, harsig en geurend naar balsem.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon, lichte schaduw
  • Ground: Diepe, vochtige en voedselrijke bodem
  • Climate zone: 5b
  • Special features: Matig windbestendig, ook geschikt voor kuststreken; vooral op oudere leeftijd gevoelig voor takbreuk; is niet gevoelig voor strooizout; niet gevoelig voor kanker, matig gevoelig voor roest, zeer gevoelig voor bladvlekkenziekte

Share this page