Prunus armeniaca

Decoratief blad Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon Opvallende bloei

Description

De (wilde) Abrikoos, Prunus armeniaca, is een elegante kleine boom die vroeg in het voorjaar bloeit met kleine rozig witte bloempjes.
De abrikoos is oorspronkelijk afkomstig uit Noordoost-China tegen de Russische grens en dus niet uit Armenië zoals de Latijnse soortnaam suggereert. In China werd de abrikoos al sinds 3000 jaar voor onze tijdrekening gecultiveerd. Ze moet ongeveer 1000 jaar voor onze tijdrekening in het Midden-Oosten zijn terecht gekomen en werd van daaruit via Griekenland door de Romeinen over heel Europa verspreid. De Arabieren introduceerden de abrikoos in Spanje en het zuiden van Frankrijk.
De commerciële teelt van abrikozen concentreert zich in Spanje, Italië en vooral Turkije, dat 85% van de wereldproductie van abrikozen en abrikozenpitten verzorgt. Ook in Hongarije, het Oostenrijkse Wachau en het Zwitserse kanton Wallis worden abrikozen geteeld. In de rest van Noord-West-Europa wordt de abrikoos niet commercieel geteeld. De boom is weliswaar goed winterhard, maar probleem is de vroege bloei waardoor er een grote kans bestaat op bevriezen van de bloemknoppen, de bloemen en/of de vruchtbeginselen. Tijdens de bloeiperiode is het veelal te koud of te nat weer voor een goede vruchtzetting. Een beschutte standplaats tegen een zuidmuur geeft een grotere kans op succes.
Er bestaan heel wat cultivars van de abrikoos die meestal op een zwak groeiende onderstam worden geënt. Bij een zwak groeiende onderstam komen er in een jonger stadium al vruchten aan de boom en blijft de boom uiteindelijk kleiner.
De abrikozenpitten bevatten - zoals overigens alle Prunus-soorten -  een hoog gehalte aan cyanogenische glycosiden waaruit blauwzuur vrijkomt. Ze zijn dan ook licht giftig. Ze worden wel vaak gebruikt als substituut voor amandelen bij de produktie van amandelolie. 
In Europa werden abrikozen lange tijd als een afrodisiacum beschouwd.

Shape

  • Growing habit: Opgaande kleine tot middelgrote boom met ronde kroon, nogal warrig en dicht vertakt
  • Height: 6 - 10 m
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: verdraagt geen verharding of verdichting

Leaf

  • Shape: enkelvoudig; breed rond-eivormig, kort toegespitst met afgeronde voet, 5-10 cm lang; onregelmatig gezaagde bladrand
  • Color: glanzend groen; steel donkerrood
  • Fall color: geel- tot oranjerood
  • Special features:

Flower

  • Shape: Stervormige bloem, ong. 2,5 cm groot; met vijf kelkbladen, vijf kroonbladeren, één bovenstandig vruchtbeginsel met één stijl en 25-45 meeldraden; meestal alleenstaand aan korte steel
  • Color: lichtroze
  • Point of time: maart
  • Special features: Bloeit zeer vroeg en is daarom gevoelig voor nachtvorst; geurend

Fruit

  • Shape: ronde steenvrucht, ong. 3 cm groot; De vrucht heeft een fluweelzachte huid en een gladde steen. Bij de meeste rassen ligt de steen los in het vruchtvlees
  • Color: geel met roodoranje vlekjes
  • Point of time: augustus-september

Stem

  • Stem / bark: Donker roodbruin, twijgen lichtbruin

Cultivation requirements

  • Stand: Zonnige, goed beschutte standplaats
  • Ground: vruchtbare, eerder lichte en goed doorlaatbare, droge tot matig vochtige grond, licht zuur tot licht basisch
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Vorstgevoelig; Windgevoelig; verdraagt geen permanent hoge waterstand; geschikt voor stedelijke omgeving

Share this page