Prunus avium

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Groot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Prunus avium, de wilde zoete kers, is de voorloper van de gekweekte kersen. Hij is inheems in grote delen van Europa en West-Azië. Hij komt vooral voor aan de rand van gemengde loof- en/of coniferenbossen. Ook in België en Nederland is hij waarschijnlijk inheems, al kan hij hier ook ooit zijn geïmporteerd. Hij wordt hier alleszins al heel lang aangeplant, getuige archeologische vondsten van kersenpitten uit mesolithische nederzettingen in Duitsland.
Het is een van onze mooiste inheemse bomen met een karakteristieke bast, opvallende lentebloei en eetbare vruchten.
Het groenachtig geelbruine hout is zeer gegeerd in de meubelindustrie en wordt ook veel gebruikt als fineerhout, voor muziekinstrumenten en diverse gebruiksvoorwerpen.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: rechte stam met zeer regelmatige, kegelvormig tot ovale kroon met kransgewijs ingeplantte takken die recht op de stam staan.
  • Height: 15-30 m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: verdraagt geen verharding of verdichting; Wortels kunnen bestrating omhoog duwen; vormt wortelopslag

Leaf

  • Shape: enkelvoudig; eirond tot langwerpig met een toegespitste top, scherp onregelmatig getand, 6-15 cm lang; dun en rimpelig, aan de onderzijde behaard langs de nerven; bladsteel 3-7 cm, met twee rode klieren dicht bij de bladvoet
  • Color: eerst roodbruin, later van boven dofgroen, aan de onderkant iets lichter groen
  • Fall color: geel- tot oranjerood
  • Special features:

Flower

  • Shape: enkele stervormige bloemen, met vijf teruggeslagen kelkbladen, vijf kroonbladeren, één bovenstandig vruchtbeginsel met één stijl en een 20-tal meeldraden; bloemkroon 3-4 cm; staan in bundels aan lange stengels aan bebladerde kortloten
  • Color: wit
  • Point of time: tussen begin april en begin mei
  • Special features: Geurend

Fruit

  • Shape: bolvormige steenvrucht, 12 mm groot, pit is glad
  • Color: glanzend, eerst groen, later geel, bij rijpen rood of zwart; vruchtvlees geel
  • Point of time: juni-juli

Stem

  • Stem / bark: Purperbruin met horizontaal lopende roestbruine strepen van de lenticellen; In het begin glad en glanzend, bij ouder worden ruw en schilfert af in horizontale repen. Twijgen zijn kaal, van boven roodbruin, onderaan meer grijsbruin; knoppen groot, glanzend roodbruin met talrijke schubben.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon tot lichte schaduw
  • Ground: groeit op diverse bodems, maar geeft de voorkeur aan voedselrijke, vochthoudende bodem, neutraal tot licht kalkrijk
  • Climate zone: 5a
  • Special features: Windgevoelig; verdraagt geen hoge waterstand of drassige grond; goed bestand tegen luchtvervuiking en stedelijke omgeving

Share this page