Prunus cerasus

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Eetbaar Opvallende vrucht Volle zon Opvallende bloei

Description

Prunus cerasus, de zure kers of kriek, is een kleine, decoratieve boom met witte bloemen en zure, rode of zwarte vruchtjes. Hij is nauw verwant aan de Wilde zoete kers (P. avium) en ligt, samen met de zoete kers, aan de oorsprong van de gecultiveerde kersen en krieken. In tegenstelling tot de Zoete kers is de Zure kers zelfbestuivend.
De zure kers is afkomstig uit Zuid-Oost-Europa en Zuid-West-Azië, al komt hij in het wild niet (meer) voor. Hij komt op tal van plaatsen wel verwilderd voor, vooral in bosranden en langs rivieroevers. Daarbij wordt meestal een onderscheid gemaakt tussen de struikvorm (P. cerasus subsp. acida) en de boomvorm (P. cerasus subsp. cerasus).
Hij wordt al sinds de oudheid in Europa gekweekt omwille van de vruchten. Van P. cerasus bestaan een aantal kruisingen en cultivars met grotere vruchten, zoals bv. de Noordkriek of Morel.
De plant zou volgens de legende in 73 voor Christus door de Romeinse consul en fijnproever Lucullus van zijn veroveringstochten in Klein-Azië naar Rome zijn meegebracht uit de stad Cerasonte. Dat zou de soortnaam cerasus verklaren.
In de Balkan wordt de Zure kers beschouwd als een ongeluksboom waarin de duivel zich verschuilt. In de Franse Nivernais daarentegen geldt hij  als een geluks- en vooral liefdesboom. Huwbare meisjes versierden vroeger tijdens de nacht van 30 april hun deur met een tak van de boom om aan te geven dat ze een minnaar zochten. 

Shape

  • Growing habit: Forse struik of kleine boom, met opgaande groeiwijze en een brede, ronde kroon met lange, vrij dunne, overhangende takken
  • Height: 4-10 m
  • Width: 2-6 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: verdraagt geen verharding of verdichting; vormt wortelopslag

Leaf

  • Shape: enkelvoudig; elliuptisch tot eivormig, spitse top, 5-8 cm lang; fijn dubbel gezaagd; aan onderkant zwak behaard langs de nerven; bladstelen 1,5-3 cm lang, zonder klieren. Leerachtig
  • Color: glanzend groen
  • Fall color: geel- tot oranjerood
  • Special features:

Flower

  • Shape: stervormig, met vijf kale kelkbladen, vijf kroonbladeren, één bovenstandig vruchtbeginsel met één stijl en een 20-tal meeldraden; bloemkroon 2,5 cm; staan met 3-4 in kleine, dichte bundels
  • Color: wit
  • Point of time: eind april-begin mei, samen met blad
  • Special features: Licht geurend; Zelffertiel

Fruit

  • Shape: ronde steenvrucht, 1,5-2 cm, vaak in kleine bundels aan korte stengel
  • Color: rood of zwartachtig
  • Point of time: juni-augustus

Stem

  • Stem / bark: Donker grijsbruin; Twijgen zijn kaal

Cultivation requirements

  • Stand: Zon tot lichte schaduw
  • Ground: groeit op diverse bodems, maar geeft de voorkeur aan matig voedselrijke, vochthoudende bodem, neutraal tot licht kalkrijk.
  • Climate zone: 5b
  • Special features: Windgevoelig; verdraagt geen permanent hoge waterstand of drassige grond; goed bestand tegen luchtvervuiling en stedelijke omgeving

Share this page