Quercus palustris

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Zure grond Droge standplaats Natte standplaats Bladverliezend Groot Decoratieve schors Volle zon

Description

Quercus palustris, de Moeraseik, is een relatief snel groeiende eik met een opgaande groeiwijze en een redelijk smalle, piramidale tot ovale kroon. De bladeren hebben een opvallend mooie, dieprode herfstkleur en kunnen tot lang in de winter aan de boom blijven zitten.  Zeer karakteristiek zijn de horizontaal geplaatste takken die op latere leeftijd doorbuigen, en de vele korte, scherpe twijgen.
De Moeraseik komt van nature voor in de rivierdalen in het Noord-Oosten van de Verenigde Staten. Hij groeit daar in gemengde bossen. In stroomgebieden van rivieren en beken, met slecht doorlatende bodems die regelmatig onder water staan.
Hij wordt sinds het einde van de achttiende eeuw in Europa aangeplant. In de Verenigde Staten is het een van de populairste straatbomen. Ook bij ons wordt hij veel aangeplant als straat- en laanboom. In 2005 werd hij in Nederland trouwens uitgeroepen tot ‘Boom van het jaar’, waarbij vooral zijn kwaliteiten als straatboom en voor beplanting van parkings werd benadrukt.
Het hout is van mindere kwaliteit dan dat van de meeste andere eiken. De schors werd door de Amerikaanse Indianen gebruikt tegen maagklachten.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Centrale, sterk vertakte stam die doorloopt tot boven in de kruin; aanvankelijk breed piramidale, later meer ovaalronde kroon, waarbij de onderste takken op karakteristieke wijze naar beneden doorbuigen. De takken in het midden van de kroon groeien bijna horizontaal, de bovenste takken zijn opstaand. Dicht vertakt met korte, scherpe twijgen.
  • Height: 20-25m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: matig tot sterk
  • Root system: Matig gevoelig voor verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: Smal ovaal tot eirond, bijna even breed als lang, 7 tot 15 cm lang en 5-12 cm breed; met spitse top en wigvormige voet; diep U-vormig ingesneden (bijna tot middenrib) met aan elke zijde 3 tot 7 scherpe, driehoekige lobben, scherp getand met borstelachtige randen; 2 tot 5 cm lange bladsteel; meestal kaal, behalve kleine oranje haartjes onderaan blad waar nerven samenkomen
  • Color: roodgroen uitlopend, later glanzend donkergroen bovenzijde, geelgroen onderaan
  • Fall color: rood tot bronsrood, later bruin
  • Special features: blad blijft s winters grotendeels aan de boom; herfstkleur is sterk afhankelijk van het weer;

Flower

  • Shape: Mannelijke katjes hangend, 5-8 cm lang; vrouwelijke bloemen zitten op korte stengels in de nieuwe bladoksels
  • Color: mannelijke katjes groengeel, vrouwelijke bloemen roodgeel
  • Point of time: mei, samen met blad
  • Special features: Eenhuizig. De mannelijke en vrouwelijke bloemen komen in aparte bloeiwijzen op de boom voor.

Fruit

  • Shape: Bolvormige eikels met afgeplatte voet in ondiepe, afgeplatte napjes; Eikels 1-1,5 cm lang; staan met 2 of 3 bijeen, op korte steeltjes. De napjes zijn voorzien van dunne schubben
  • Color: groen met bleekbruine strepen, bleek bruin bij rijpen, roodbruine kapjes
  • Point of time: Rijp in september-november

Stem

  • Stem / bark: Schors is grijsbruin, zeer dun en glad, met verticale strepen; pas op latere leeftijd ondiep gegroefd; Jonge twijgen dun en scherp gepunt, glanzend roodbruin van kleur en glad, later verkleurend naar donkergroen

Cultivation requirements

  • Stand: Zonnige standplaats
  • Ground: Geeft de voorkeur aan matig tot voedselrijke, diepe en eerder lichte, matig droge tot vochtige grond, neutraal tot zuur, zeker niet kalkrijk.
  • Climate zone: 5b
  • Special features: Redelijk windgevoelig en droge takken moeten geregeld verwijderd worden; Vrij goed bestand tegen strooizout; Verdraagt tijdelijk wateroverlast, zelfs overstroming; Verdraagt luchtvervuiling en stadsklimaat

Share this page