Robinia pseudoacacia Frisia

Decoratief blad Lichte schaduw Bladverliezend Middelgroot Decoratieve schors Volle zon

Description

Robinia pseudoacacia ‘Frisia’ is een van de bekendste en populairste cultivars van de Valse acacia of Schijnacacia. Omwille van zijn goudgele blad wordt hij ook wel de Gouden Valse Acacia genoemd. Grote voordeel in vergelijking met vele andere geelbladige bomen is dat deze cultivar zijn gele blad de hele zomer behoudt. De bladeren zijn groot en geveerd. De jonge takken zijn bezet met wijnrode doornen.
Het is een aantrekkelijke boom die vooral in zijn jeugdjaren vrij snel groeit. Hij blijft kleiner dan de soort waardoor hij ook voor iets minder ruime plaatsen in aanmerking komt. Hij groeit uit tot een 8 tot 15 m hoge boom, maar kan zeer goed gesnoeid worden.
Een nadeel van deze cultivar is dat hij zelden of nooit bloeit en ook nauwelijks vruchten draagt.
Het is een Nederlandse cultivar uit 1935. Ontving in 1993 en 2002 een Award of Garden Merit.

Shape

  • Growing habit: Een vooral op jonge leeftijd krachtig groeiende boom met een opgaande, vrij smalle groeiwijze en een ovalen kroon. Op latere leeftijd gaan de zijtakken meer uitzakken waardoor de kroon breder en ronder wordt.
  • Height: 10-15 m
  • Width: 5-8 m
  • Vigour: snel
  • Root system: Verdraagt goed verharding. Vormt veel worteluitlopers, vooral op rijkere gronden. De horizontaal groeiende wortels kunnen de bestrating opdrukken.

Leaf

  • Shape: Samengesteld, oneven geveerd, 15-30 cm lang; met 9 tot 19 ovale tot eironde deelblaadjes, veernervig met gladde rand, elk 2 tot 5 cm lang. In de bladoksels groeien 3 cm lange doornen, dit zijn eigenlijk ook bladeren en zijn het krachtigst aan het jonge schot.
  • Color: oranjegeel bij het uitlopen, later in de zomer groengeel
  • Fall color: diepgeel
  • Special features: Bij nat weer en s nachts plooien de blaadjes dicht

Flower

  • Shape: tweelippige vlinderbloempjes met een brede vlag, met 5 kroon- en 5 kelkblaadjes, tien meeldraden en één enkele stamper. Staan in dichte, hangende trossen, 10 tot 20 cm lang
  • Color: crèmewit, met gele vlekjes
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: Bloeit zelden of nooit

Fruit

  • Shape: Platte, leerachtige peulvrucht, 5 tot 10 cm lang, met gevleugelde rand; bevat 4 tot 10 kleine, niervormige zaden die in ons klimaat niet altijd kiemkrachtig zijn.
  • Color: roodbruine peulen met zwarte zaden, worden donker grijsbruin bij het rijpen.
  • Point of time: Vanaf juli, blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen

Stem

  • Stem / bark: Donkere schors, in het begin glad, later grof en geschubd, diep spiraalvormig gegroefd en knoesterig. Jonge takken hebben een gladde, olijfgroene later bruine schors met opvallende rode doornen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: R. pseudoacacia wordt bij voorkeur op droge, lichte en eerder arme gronden geplant. Op een te rijke grond groeit hij te hard, waardoor hij erg bros wordt en gevoelig voor takbreuk. Bovendien wordt dan het afharden in de herfst vertraagd, wat kan leiden tot vorstschade. Een natte standplaats of een wisselende grondwaterstand waarbij de wortels in het water komen te staan, vergroten de kans op wortelrot. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende bodems.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Is niet goed bestand tegen (zee)wind. Verdraagt goed verharding en luchtverontreiniging.

Share this page