Robinia pseudoacacia Nyirségi

Decoratief blad Lichte schaduw Bladverliezend Groot Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Robinia pseudoacacia ‘Nyirségi’ of ‘Myirsegi’ is een Hongaarse selectie van de Valse acacia of Schijnacacia, met een rechte stam en sterk opgaande takken waardoor hij een relatief smalle kroon vormt. Hij heeft net als de soort groot, geveerd blad en veel doornen op de jonge takken. Het blad is iets meer blauwgroen dan dat van de soort. De crèmewitte bloemen in juni zijn iets compacter en hij bloeit ook minder lang dan de soort. Hij geeft weinig peulvruchten. Hij zou iets beter windbestendig zijn dan de soort.
Deze cultivar, waarvan het hout minder snel splintert dan bij de soort, wordt in Centraal-Europa veel gebruikt in de schrijnwerkerij, onder meer voor de vervaardiging van handgereedschap. Hij wordt ook in toenemende mate aangeplant voor de productie van groene energie. Het is door zijn iets smallere groeiwijze, een zeer mooie straat- en laanboom.

Shape

  • Growing habit: Krachtig groeiende boom met een rechte doorgaande stam en opgand groeiende takken waardoor een vrij smalle, ovalen kroon ontstaat
  • Height: 15-25 m
  • Width: 8-12 m
  • Vigour: Snel
  • Root system: Verdraagt goed verharding. Vormt veel worteluitlopers, vooral op rijkere gronden. De horizontaal groeiende wortels kunnen de bestrating opdrukken.

Leaf

  • Shape: Samengesteld, oneven geveerd, 15-30 cm lang; met 7 tot 19 ovale tot eironde deelblaadjes, veernervig met gladde rand, elk 2 tot 5 cm lang. In de bladoksels groeien 3 cm lange doornen, dit zijn eigenlijk ook bladeren en zijn het krachtigst aan het jonge schot.
  • Color: donker blauwgroen
  • Fall color: geel
  • Special features: Bij nat weer en s nachts plooien de blaadjes dicht

Flower

  • Shape: tweelippige vlinderbloempjes met een brede vlag, met 5 kroon- en 5 kelkblaadjes, tien meeldraden en één enkele stamper. Staan in dichte, hangende trossen, 10 cm lang
  • Color: crèmewit, met gele vlekjes
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: geurend

Fruit

  • Shape: Platte, leerachtige peulvrucht, 5 tot 10 cm lang, met gevleugelde rand; bevat 4 tot 10 kleine, niervormige zaden die in ons klimaat niet altijd kiemkrachtig zijn.
  • Color: roodbruine peulen met zwarte zaden, worden donker grijsbruin bij het rijpen
  • Point of time: Vanaf juli, blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen

Stem

  • Stem / bark: Donkere schors, in het begin glad, later grof en geschubd, diep spiraalvormig gegroefd en knoesterig. Jonge takken hebben een gladde, olijfgroene later bruine schors met rode doornen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: R. pseudoacacia wordt bij voorkeur op droge, lichte en eerder arme gronden geplant. Op een te rijke grond groeit hij te hard, waardoor hij erg bros wordt en gevoelig voor takbreuk. Bovendien wordt dan het afharden in de herfst vertraagd, wat kan leiden tot vorstschade. Een natte standplaats of een wisselende grondwaterstand waarbij de wortels in het water komen te staan, vergroten de kans op wortelrot. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende bodems.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Is beter bestand tegen wind dan de soort. Verdraagt goed verharding en luchtverontreiniging. Weinig gevoelig voor strooizout.

Share this page