Robinia pseudoacacia

Decoratief blad Lichte schaduw Droge standplaats Bladverliezend Groot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Robinia pseudoacacia, de Valse acacia of Schijnacacia, is een decoratieve en snelgroeiende loofboom met sterk gedoornde takken. Het is de bekendste en meest aangeplante Robiniasoort in Europa. Het was de eerste Robinia die in 1601 in Europa werd gezaaid door de Franse apotheker en botanicus Jean Robin (1550-1629), die voor de Franse koningen Henri III en IV werkte. Hij had het  zaad ontvangen uit het Amerikaanse Virginia van zijn Britse vriend John Tradescant. Die eerste boom staat vandaag nog altijd bij de kerk van Saint-Julien-le-Pauvre in Parijs. Ook een tweede exemplaar, dat door zijn zoon Vespasien in 1636 in de Jardin du Roi, momenteel de jardins des Plantes in Parijs werd geplant, staat er nog altijd.
Het was één van de eerste Amerikaanse boomsoorten die in Europa geïmporteerd werd en die voor de bosbouw gebruikt werd. Vooral in de Balkan zijn grote oppervlakten met deze bomen beplant. Hij komt op vele plaatsen, inclusief België en Nederland, verwilderd voor.
Het Latijnse woord pseudoacacia geeft aan dat de Schijnacacia met zijn doornen, zijn geveerde blad en peulvruchten erg lijkt op de echte acacia’s uit de Afrikaanse en Australische savannes. Het is een aantrekkelijke laan- en parkboom door zijn mooie vorm met een luchtige, transparante kroon en een karakteristieke sterk gegroefde schors. Hij komt laat in het blad, vaak pas tegen juni, en blijft in het najaar lang zijn blad houden. Hij bloeit in juni met sterk geurend witte bloemen in hangende trossen die druk bezocht worden door bijen. Hij kan tot 25 m hoog worden.
Alle delen van de plant, met uitzondering van de bloemen, zijn giftig, ook voor sommige dieren zoals paarden, maar niet voor geiten.
Het spinthout is lichtgeel en bevindt zich rond een harde geelbruine tot geelgroene kern met duidelijke jaarringen en een gevlamde structuur. Het hout is zeer hard en heel duurzaam, maar niet gemakkelijk te bewerken omdat het snel splintert. Het bevat een stof die insecten en zwamm

Shape

  • Growing habit: Krachtig groeiende boom met een bijna cylindervormige stam, vaak meerstammig of laag vertakt; bred uitgroeiende takken, aanvankelijk horizontaal, later meer opgaand groeiend. Vormt een onregelmatige koepel- of schermvormige, transparante kroon die bovenaan is afgeplat en die door zijn bladstand mooi diffuus licht doorlaat.
  • Height: 15-25 m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: Snel
  • Root system: Verdraagt goed verharding. Vormt veel worteluitlopers, vooral op rijkere gronden. De horizontaal groeiende wortels kunnen de bestrating opdrukken.

Leaf

  • Shape: Samengesteld, oneven geveerd, 15-30 cm lang; met 7 tot 19 ovale tot eironde deelblaadjes, veernervig met gladde rand, elk 2 tot 5 cm lang. In de bladoksels groeien 3 cm lange doornen, dit zijn eigenlijk ook bladeren en zijn het krachtigst aan het jonge schot.
  • Color: aan de bovenkant frisgroen en aan de onderkant blauwgroen
  • Fall color: geel
  • Special features: Bij nat weer en s nachts plooien de blaadjes dicht

Flower

  • Shape: tweelippige vlinderbloempjes met een brede vlag, met 5 kroon- en 5 kelkblaadjes, tien meeldraden en één enkele stamper. Staan in dichte, hangende trossen, 10 tot 20 cm lang
  • Color: crèmewit, met gele vlekjes
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: geurend; eetbaar; wordt druk bezocht door de bijen

Fruit

  • Shape: Platte, leerachtige peulvrucht, 5 tot 10 cm lang, met gevleugelde rand; bevat 4 tot 10 kleine, niervormige zaden die in ons klimaat niet altijd kiemkrachtig zijn.
  • Color: roodbruine peulen met zwarte zaden, worden donker grijsbruin bij het rijpen.
  • Point of time: Vanaf juli, blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen

Stem

  • Stem / bark: Donkere schors, in het begin glad, later grof en geschubd, diep spiraalvormig gegroefd en knoesterig. Jonge takken hebben een gladde, olijfgroene later bruine schors met rode doornen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: R. pseudoacacia wordt bij voorkeur op droge, lichte en eerder arme gronden geplant. Op een te rijke grond groeit hij te hard, waardoor hij erg bros wordt en gevoelig voor takbreuk. Bovendien wordt dan het afharden in de herfst vertraagd, wat kan leiden tot vorstschade. Een natte standplaats of een wisselende grondwaterstand waarbij de wortels in het water komen te staan, vergroten de kans op wortelrot. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende bodems.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Is niet goed bestand tegen (zee)wind. Verdraagt goed verharding en luchtverontreiniging.

Share this page