Sambucus nigra Aurea

Decoratief blad Lichte schaduw Natte standplaats Bladverliezend Klein Eetbaar Opvallende vrucht Volle zon Opvallende bloei

Description

Sambucus nigra ‘Aurea’ is een oude cultivar van de gewone vlier met goudgeel blad. Voor de rest lijkt hij in alles op de gewone vlier. Het wordt een vrij grote heester of kleine boom, meestal meerstammig, met een ronde tot kegelvormige kroon. Hij wordt beschouwd als één van de meest winterharde en mooiste geelbladige sierheesters.
Award of Garden Merit, 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Grote heester of kleine boom, meestal meerstammig, met een ronde tot kegelvormige kroon. Kan tot 10 m hoog worden en ongeveer even breed. Kenmerkend zijn de steile scheuten aan de basis van de struik, waarop bij doorbuigen talrijke korte en lange twijgen opschieten.
  • Height: 4-10 m
  • Width: 3-7 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: ongevoelig voor verdichting of verstoring

Leaf

  • Shape: tegenoverstaand, oneven geveerd, met twee of vier deelbladen en één topblad; breed lancet- tot eivormige deelbladen, 6-10 cm lang, bladrand gezaagd
  • Color: goudgeel, later op het seizoen meer groengeel, met roodachtige steeltjes
  • Fall color: geel
  • Special features: Verspreiden na kneuzing een onaangename geur; Voor veel dieren is het blad giftig vanwege cyaanverbindingen in het blad.

Flower

  • Shape: kleine stervormige, vijftallige bloempjes met een buisvormige kroon, vijf meeldraden, een onderstandig vruchtbeginsel en drie stempels. Ze zijn tweeslachtig. Ze staan in breed handvormige, platte schermen van 10 tot 15 cm breed met twee hoofdvertakkingen
  • Color: roomwit, met een dun laagje gelig stuifmeel
  • Point of time: vanaf eind mei tot half juni
  • Special features: Hebben een eerder onaangename, zoetig-weëige geur; zelffertiel, de bloemen worden door insecten zelden bezocht.

Fruit

  • Shape: Kleine (6-8 mm dik), bolronde, besachtige steenvruchten met drie bruinige zaden in hangende vruchtschermen
  • Color: glanzend donkerrood tot zwart
  • Point of time: Rijpen vanaf september

Stem

  • Stem / bark: Lichtgrijze tot bruine schors, met talrijke scheurtjes. Onder de schors bevindt zich een tweede schors die lichtgroen van kleur is. Jonge twijgen grijsgroen, met talrijke opvallende poriën, diep gegroefd en kurkachtig, nauwelijks verhout. Bij het ouder worden ze houtig, en krijgen een grijsbruine kleur, zijn wat wrattig van aspect en vertonen dan grove lengteribbels. De takken bevatten een zacht sponsachtig wit merg.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon / Lichte schaduw
  • Ground: De vlier stelt weinig eisen, maar groeien het best op humusrijke, vochthoudende, stikstofrijke gronden die niet te nat of te droog zijn. De pH mag licht zuur tot licht alcalisch zijn (6 tot 7,5). Op arme droge grond kwakkelt ze.
  • Climate zone: 5a
  • Special features: Zeer goed bestand tegen luchtverontreiniging en stadsklimaat; goed windbestendig; verdraagt strooizout, verdraagt sterke snoei; gevoelig voor langdurige droogte.

Share this page