Sorbus aucuparia var. edulis

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon Opvallende bloei

Description

Sorbus aucuparia var. edulis (of var. morovica) is een wilde variant of spontane mutatie van de gewone lijsterbes met meer en grotere vruchten dan de soort. De takken buigen door onder het gewicht van de bessen. Bovendien zijn de vruchten zoeter en bevatten ze minder bitterstoffen, wat hen geschikter maakt voor menselijke consumptie. Van deze variant komen in heel Europa diverse types in het wild voor, maar het type met zoetere bessen werd in 1810 in Moravië aangetroffen en van daaruit verspreid over Europa. Hij groeit iets sneller dan de soort, en vormt een iets smallere, regelmatiger kroon. Het blad is een beetje groter en alleen bovenaan getand en verder gaafrandig.

Shape

  • Growing habit: Een middelgrote boom met een regelmatige, vrij smalle, pyramidale kroon, op latere leeftijd breder eirond.
  • Height: 10-15 m
  • Width: 4-7 m
  • Vigour: vrij sterk
  • Root system: Gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Oneven geveerd, tot 20 cm lang, met 6-16 nevenblaadjes; die zijn ovaal tot langwerpig, 5-8 cm lang en 1-1,5 cm breed en hebben een spitse top, de bladrand is behalve het onderste stukje scherp gezaagd; topblad is iets kleiner
  • Color: bovenaan dof donkergroen, terwijl de onderkant grijsgroen is. Bladsteel roodachtig groen
  • Fall color: geeloranje tot rood
  • Special features:

Flower

  • Shape: kleine tweeslachtige bloemen, 0,8-1 cm doorsnede, met 5 behaarde kelkbladen en 5 kroonbladen, talrijke meeldraden en centrale stamper met 2 tot 4 stijlen. Staan in opgerichte of hangende schermvormige pluimen, ong. 15 cm breed, op het einde van de takken. Bloemstelen witviltig behaard
  • Color: crèmewit
  • Point of time: mei-juni, na het blad
  • Special features: sterk, eerder onaangenaam geurend

Fruit

  • Shape: Bolvormig steenvrucht, 1,5 cm; staan in dichte trossen tussen het blad
  • Color: eerst groen, later geel, uiteindelijk oranjerood
  • Point of time: rijpen in september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Schors glad en glanzend, met vele kleine, horizontale lenticellen, zilvergrijs tot purperbruin, op later leeftijd meer geschubd en gegroefd ; Jonge takken dicht zacht behaard later kaal, paarsig grijs van kleur; spitse knoppen behaard, niet kleverig.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon / lichte schaduw
  • Ground: Stelt weinig eisen aan de grond: Groeit zowel op vrij droge als vrij vochtige grond, gedijt op voedselarme zure grond, maar toch het liefst op vochthoudende, humusrijke grond. Op droge grond minder vruchten.
  • Climate zone: 3
  • Special features: Matig bestand tegen luchtvervuiling en stedelijke omgeving; goed bestand tegen droogte; goed windbestendig en zeer vorstbestendig; Gevoelig voor perevuur.

Share this page