Tilia cordata

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Groot Eetbaar Volle zon Opvallende bloei

Description

De Winterlinde of Kleinbladige linde, Tilia cordata, heeft zoals de naam zegt een klein, hartvormig blad blad. De soortnaam cordata verwijst trouwens naar dat hartvormige blad. Een ander typisch kenmerk van deze soort zijn de opstaande in plaats van hangende bloemtuilen.
Hij is inheems in het grootste deel van Europa en wordt al heel lang aangeplant als schaduw- en sierboom, op straten en pleinen. Veel van de eeuwenoude linden in de Europese landen zijn winterlinden. Het wordt een statige, grote boom met een karakteristieke breed eironde tot koepelvormige kroon.
De winterlinde heeft weinig last van luizen en honingdauw waardoor hij ook op parkings en bij terrassen aangeplant worden. Hij is ook zeer geschikt als leiboom.
De bloemen zijn zeer honingrijk. Deze linde vormt de waarplant voor meer dan 60 insecten, vlinders en andere organismen. Het is ook de beste theelinde.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: De winterlinde heeft een korte stam en aanvankelijk een kegelvormige, bij oudere exemplaren een brede en dichte, eironde tot koepelvormige kroon, met opgaande takken die bovenaan doorbuigen;
  • Height: 20-25 m
  • Width: 15-20 m
  • Vigour: krachtig
  • Root system: gevoelig voor verharding, verdichting en ophoging; wortels kunnen bestrating omhoog duwen; vormt worteluitlopers

Leaf

  • Shape: Enkelvoudig, tweezijdig gericht aan de twijg; vrij klein, hartvormig, 4-7 cm lang en 3-4 cm breed; kort toegespitste top, bladvoet scheef hartvormig; bladrand onregelmatig getand, laddervormige nerven, met opvallende haarbosjes in de oksels van de nerven
  • Color: donkergroen, blauwachtig groen aan onderkant, met roestkleurige haartjes; geelgroene tot roze bladsteel
  • Fall color: geelgroen
  • Special features: loopt enkele weken vroeger uit dan de meeste andere linden; weinig last van luis en honingdauw

Flower

  • Shape: Tweeslachtige bloemen, elk met 5 kelk- en 5 kroonblaadjes en talrijke oranjegele meeldraden die ver boven de stamper met uitgespreide stempel uitstaan; vormen dichte bijschermen van 5-15 bloemen, enigszins opstaand; de lange steel van de bloemen is vergroeid met een 6 cm lang bandvormig schutblad
  • Color: geelwit, bleekgroen schutblad
  • Point of time: begin juli
  • Special features: Zoete geur; belangrijke bijenplant

Fruit

  • Shape: kleine ronde tot elliptische nootjes, ong. 0,6 cm, met dikke wand, licht geribbeld, licht viltig behaard; hangen in trosjes aan lange steeltjes; zaadjes zijn gevleugeld
  • Color: grijzig geel
  • Point of time: vanaf september

Stem

  • Stem / bark: Aanvankelijk glad en grijs, later donkergrijs en gegroefd. De soepele twijgen zijn kaal, rood van boven en olijfgroen van onderen. De knoppen zijn glad, glanzend donkerrood en eivormig, met een grote en een kleine schub, diep rood

Cultivation requirements

  • Stand: Zon - lichte schaduw
  • Ground: Vruchtbare, diepe en goed vochthoudende, humeuse grond; zure grond, zware klei en zware leemgrond zijn ongeschikt.
  • Climate zone: 4
  • Special features: Matig bestand tegen luchtvervuiling; zeer gevoelig voor strooizout; Zeer goed windbestendig, ook zeewind, maar wel gevoelig voor takbreuk; goed bestand tegen droogte; waterlot moet geregeld verwijderd worden.

Share this page