Viburnum lantana

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Kalkhoudende grond Bladverliezend Klein Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon Opvallende bloei

Description

De Wollige sneeuwbal, Viburnum lantana, is een inheemse soort. Hij komt van nature voor in Centraal Europa, de Kaukasus en het Middellandse Zeegebied en bereikt in België en Nederland zijn noordelijke grens. De Nederlandse schilder Jacob van Ruysdael legde de wollige sneeuwbal in de duinen vast op een van zijn schilderijen. In Nederland en België is hij zeer zeldzaam en staat hij op de Rode Lijst. Het is een bladverliezende, opgaande, breed uitgroeiende struik. Hij is te herkennen aan de sterk behaarde jonge scheuten, wat ongewoon is voor een Viburnum. Vandaar ook de naam Wollige sneeuwbal. Het rimpelige, donkergroene blad is breed elliptisch met een hartvormige voet, sterk generfd en fijn gezaagd. Hij bloeit in april-mei met platte tuilen roomwitte bloemen die licht geuren. De vruchten zijn rood en woreen zwart bij het rijpen. Ze zijn zeer geliefd bij vogels.
Het hout werd in de prehistorie gebruikt voor pijlschachten. Ötzi, de prehistorische man die enkele jaren geleden in een ijsvlakte aan de Oostenrijks-Italiaanse grens werd gevonden, had enkele pijlen van viburnumhout bij.

Shape

  • Growing habit: Vrij grote, opgaande, breed uitgroeiende struik, met veel opgaande, draaiende en doorbuigende grondscheuten, waardoor een trechtervorm ontstaat
  • Height: 2-4 m
  • Width: 2-3 m
  • Vigour: matig
  • Root system: matig bestand tegen verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Tegenoverstaand, enkel; breed elliptisch tot eirond, 6-13 cm breed en 4-9 cm breed, met een hartvormige voet; sterk generfd en dicht, fijn gezaagd; rimpelig, onderzijde wollig sterharig
  • Color: donkergroen, onderzijde grijsgroen en witwollig
  • Fall color: wijnrood
  • Special features: valt laat af

Flower

  • Shape: kleine, komvormige fertiele bloempjes, staan in vlakke, kantachtige, ietwat behaarde schermen, 5-10 cm groot
  • Color: bij het opengaan rozig wit, later roomwit
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Sterk geurend, eerder onaangenaam

Fruit

  • Shape: kleine langwerpig eivormig steenvrucht, ong. 1 cm groot, met één pit, in dichte trossen
  • Color: helder rood, bij het rijpen zwart; vaak komen beide kleuren tegelijk voor
  • Point of time: vanaf augustus

Stem

  • Stem / bark: Het jonge schot is lichtbruin en sterk behaard. Oudere takken en stammen zijn geelgrijs. Knoppen zonder knopschubben, dicht behaard.

Cultivation requirements

  • Stand: zon/half schaduw
  • Ground: Redelijk vruchtbare, humusrijke goed doorlatende, eerder droge en kalkrijke grond
  • Climate zone: 4
  • Special features: Zeer goed bestand tegen industriële luchtverontreiniging; zeer windvast

Share this page