Viburnum lentago

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Droge standplaats Natte standplaats Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon Opvallende bloei

Description

Viburnum lentago is een Amerikaanse Viburnum-soort die van nature voorkomt in het noord-oosten en midwesten van de Verenigde Staten en het zuiden van Canada. Het is een van de grootste viburnums die tot 4-5 m hoog en breed kan worden. Het is een dicht vertakte heester met veel grondscheuten en lange, soepele, overhangende takken, maar hij kan ook als kleine, meerstammige boom opgekweekt worden. 'Lentago' betekent buigzaam, misschien een verwijzing naar de soepele twijgen. De takken verspreiden een onaangename geur wanneer ze beschadigd worden. De rijpe bessen geuren naar natte schapewol, wat wellicht de Engelse naam, Sheepberry, verklaart. Het is een interessante struik voor natuurlijke beplantingen. Hij is wel zeer gevoelig voor meeldauw

Shape

  • Growing habit: Vrij grote, opgaande, breed uitgroeiende, onregelmatige trechtervormige struik, met breed overhangende grondscheuten, warrig vertakt; heeft de neiging om aan de basis kaal te worden.
  • Height: 6-10 m
  • Width: 4-5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: matig bestand tegen verdichting en verharding; vormt worteluitlopers

Leaf

  • Shape: Tegenoverstaand, enkel; breed elliptisch tot ovaal, 5-10 cm lang en 2-5 cm breed, met spitse top en afgeronde voet; regelmatig en fijn getand; bladsteel opvallend gevleugeld en wrattig
  • Color: bij het openen bronsgroen, later lichtgroen, uiteindelijk glanzend donkergroen; lichtergroen met bruine haartjes onderaan
  • Fall color: geelgroen tot paarsrood
  • Special features: herfstkleur is meestal weinig opvallend

Flower

  • Shape: kleine fertiele bloempjes, vijftallig; staan in eindstandige schermen van 5-12 cm diameter
  • Color: crèmewit
  • Point of time: tweede helft van mei
  • Special features: Aangenaam geurend

Fruit

  • Shape: kleine lang ovale steenvrucht, 1  1,5 cm groot, met één pit, in dichte trossen aan lange steel
  • Color: geelgroen, later verkleurend naar roze en uiteindelijk blauwzwart; de verschillende kleuren komen meestal samen voor
  • Point of time: vanaf augustus

Stem

  • Stem / bark: Donkergrijs tot zwart, afbladderend; jonge twijgen bruin en aanvankelijk licht behaard, later glad met lenticellen; winterknoppen zijn lang en glad, licht rood, met twee schubben; bloemknoppen lang puntig en opvallend dik, tot 2 cm

Cultivation requirements

  • Stand: zon/half schaduw
  • Ground: Redelijk vruchtbare, humusrijke goed doorlatende, vochthoudende grond, maar verdraagt zowel droge als permanent vochtige bodems;
  • Climate zone: 5b
  • Special features: Zeer goed bestand tegen industriële luchtverontreiniging; zeer windvast; goed bestand tegen droogte en natte gronden; gevoelig voor witziekte

Share this page