Juniperus x media Pfitzeriana (Juniperus x pfitzeriana Wilhelm Pfitzer)

Decoratief blad Lichte schaduw Droge standplaats Middelgroot Wintergroen Volle zon

Description

Juniperus x pfitzeriana ‘Wilhelm Pfitzer’ is een breed uitgroeiende, matig hoge semi-dwergconifeer met fris geelgroen loof. De jonge bladeren zijn naaldvormig, spits en stekelig, en staan per twee of per drie in kransen rond de takken; volwassen planten hebben kleine schubvormige bladeren met stompe top, dicht aangedrukt en elkaar overlappend in twee of drie rijen,  en meestal ook nog naalden aan de voet van de loten.
Het is een veel geplante conifeer die vaak wordt aangeplant zowel als solitair of in groepsverband. Het is een mannelijke vorm die dus geen vruchten draagt. Juniperus x pfitzeriana is een waardplant voor perenroest, veroorzaakt door een schimmel van het geslacht Gymnosporangium. Op de aangetaste bladeren verschijnen in het voorjaar oranjekleurige vergroeiingen. Aangetaste jeneverbessen worden indien mogelijk verwijderd.
Over de preciese status van deze cultivar bestaat enige discussie. Hij werd een eerste keer in 1896 vermeld in de catalogus van de bekende Berlijnse kwekerij Späth en is genoemd naar Wilhelm Pfitzer, een kweker die bij Späth werkte. Maar het zou mogelijk kunnen gaan om een wilde vorm uit Mongolië opgekweekt uit zaad dat door de Franse pater Armand David rond 1866 zou zijn meegebracht. De mannelijke en vrouwelijke vormen die daaruit voortkwamen werden door een kwekerij in Metz op de markt gebracht onder de naam J. chinensis var. pendula. Een mannelijke vorm daarvan zou uiteindelijk bij Späth zijn terecht gekomen.
Hij werd tot voor kort beschouwd als een cultivar van J. chinensis, maar wordt nu algemeen beschouwd als een vorm van de hybride J. x pfitzeriana (J. chinensis x J. sabina).
Ligt aan de basis van heel wat interessante cultivars.
Award of Garden Merit 1993

Shape

  • Growing habit: Breed uitgroeiende, matig hoge struik tot kleine, meerstammige boom, met een met een min of meer vaasvormige kroon. De dikke takken staan in etages in een hoek van ong. 45° omhoog en buigen bovenaan over; twijgen afhangend
  • Height: 3-4 m
  • Width: 5-6 m
  • Vigour: vrij sterk
  • Root system: gevoelig voor boedenverdichting

Leaf

  • Shape: de jonge bladeren zijn naaldvormig, spits en zeer stekelig, tot 6 mm lang, en staan per vier in kransen rond de takken; volwassen planten hebben kleine schubvormige bladeren met stompe top, dicht aangedrukt en elkaar overlappend in vier rijen, en meestal ook nog naalden aan de voet van de loten.
  • Color: geel tot grijsgroen; loof in het binnenste van de struik is lichter grijsgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features:

Flower

  • Shape: De mannelijke bloemen zijn geelachtig
  • Color: bestaan uit drie schubben die in kleine eivormige kegeltjes zijn gegroepeerd, in bundels in de oksels der naalden
  • Point of time: april/mei
  • Special features: mannelijke vorm

Fruit

  • Shape:
  • Color:
  • Point of time:

Stem

  • Stem / bark: De schors is roodbruin, schilferig afbladderend

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: Bij voorkeur een droge, matig zure, eerder voedselarme zand- of leembodem. Verdraagt kalk
  • Climate zone: 5a
  • Special features: Goed windvast; bestand tegen zeewind; zeer geschikt voor stedelijke omgeving

Share this page