Betula pendula Youngii

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Bladverliezend Klein Decoratieve schors Volle zon

Description

Kleinblijvende treurvorm van de ruwe berk. Zowel de takken als de twijgen zijn sterk neerhangend. Zeer geschikt voor kleinere tuinen en plantsoenen. Ontstaan rond 1873. Award of Garden Merit (AGM) 1998

Shape

  • Growing habit: opgaande boom met een of meerdere stammen die in tegenstelling tot B. pendula Tristis niet doorgaan. Daardoor ontstaat een grillige, afgeplatte scherm- tot parasolvormige kroon met sterk gedraaide gesteltakken waarvan de zijtakken en twijgen sterk neerhangen, tot bijna op de grond. Meestal veredeld op 2,5 m
  • Height: 4-6 m, afhankelijk van entplaats
  • Width: 6-8 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: gevoelig voor verharding en verdichting; gevoelig voor ophogingen en verhoging in grondwaterstand

Leaf

  • Shape: verspreid, enkelvormig; eirond tot ruitvormig, spitse top; 3-5 cm lang; bladrand regelmatig dubbel gezaagd; veernervig, 6-7 nervenparen
  • Color: frisgroen, als de soort
  • Fall color: opvallend geel
  • Special features: Behoudt zeer lang zijn blad

Flower

  • Shape: opstaande vrouwelijke katjes, ong. 1 cm ; hangende mannelijke katjes, 3-8 cm
  • Color: geelgroen
  • Point of time: maart-april
  • Special features: bloeit zelden

Fruit

  • Shape: hangende, cilindrisch, gevleugelde vruchtkatjes, 2-4 cm
  • Color: bruin
  • Point of time: juli

Stem

  • Stem / bark: Wordt meestal geënt op B. pendula: zilverig witte bast, afbladderend; bij oudere bomen zeer ruw met diepe scheuren, zeer donker bruingroen; twijgen bezet met wrattige lenticellen

Cultivation requirements

  • Stand: zon
  • Ground: bij voorkeur licht, droog en goed doorlatend; licht zuur tot licht alkalisch
  • Climate zone: 3
  • Special features: goed windbestendig; niet bestand tegen zeewind; gevoelig voor strooizoutNiet snoeien in voorjaar omwille van bloedingsrisicoBij voorkeur aanplanten in het voorjaar

Share this page