Buxus microphylla Faulkner

Decoratief blad Lichte schaduw Klein Giftig Opvallende geur Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

B. microphylla, de kleinbladige buxus, heeft iets kleinere blaadjes dan de ‘gewone’ B. sempervirens. Het is de meest winterharde soort. B. microphylla is afkomstig uit China, Japan en Korea, maar wordt enkel in cultuur aangetroffen, niet in het wild. Afhankelijk van de plaats van herkomst bestaan er kleine verschillen in bladvorm en groeiwijze. Men onderscheidt dan ook vier groepen: de Microphyllagroep met kleine blaadjes en een bodembedekkende groeiwijze; de Sinicagroep met iets groter ronder blad en een opgaande, brede groeiwijze; de Koreanagroep met kleine grijsgroen blaadjes en een bossige, lage groei; en de Japonicagroep met een breed spreidende groeiwijze.
De nog relatief weinig bekende cultivar ‘Faulkner’ behoort tot de Sinicagroep en is ideaal voor bollen en blokken. Bossig en breed uitgroeiend, met mooie ronde, glanzend olijfgroene bladeren is het een zeer interessante cultivar, temeer omdat hij weinig gevoelig is voor tal van wortelziekten die de ‘gewone’ B. sempervirens kunnen belagen. Als jonge plant is het een sterke groeier die, voor het maken van bijvoorbeeld bollen, een extra snoeibeurt vraagt. Later is de groeikracht vergelijkbaar met die van B. sempervirens.
‘Faulkner’ is afkomstig uit de Verenigde Staten en werd in 1973 in Europa geïntroduceerd door de Nederlandse firma F.J. Grootendorst uit Boskoop.

Shape

  • Growing habit: Bossig en breed uitgroeiend
  • Height: 1 m (na vijftien jaar)
  • Width: 1,5 m (na vijftien jaar)
  • Vigour: zwak
  • Root system: oppervlakkig; gevoelig voor verstoring en verharding

Leaf

  • Shape: lederachtig; tegenoverstaand, enkelvoudig, zonder steunblaadjes; rond-eivormig, ong. 2 cm lang; éénnervig; gladrandig
  • Color: glanzend olijfgroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: Kan in de winter bronsgroen verkleuren, vooral op arme bodem.Blad is giftig

Flower

  • Shape: kleine bloempjes met vier niet vergroeide bloemdekbladen; staan in trosjes in de bladoksels
  • Color: geelgroen
  • Point of time: juni
  • Special features: Onopvallend; geurend; bijenplant

Fruit

  • Shape: doosvruchtje, ong. 1 cm lang; valt bij het rijpen in drie delen uiteen
  • Color: bruin
  • Point of time: rijp in augustus-september

Stem

  • Stem / bark: Grijsbruin; takken zijn vierkantig.

Cultivation requirements

  • Stand: zon en schaduw. In schaduw is de groei minder dicht
  • Ground: Geeft de voorkeur aan humusrijke zand- of leemgrond, maar groeit ook goed in andere grondsoorten mits goed doorlatend; op zware grond is de groei trager; lichtzuur tot sterk alkalisch.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Verdraagt zeer goed droogte en luchtvervuiling. Geschikt voor stadsklimaat. Gevoelig voor strooizout.Moet jaarlijks geknipt worden.Ongevoelig voor wortelziekten.

Share this page