Buxus sempervirens Graham Blandy

Decoratief blad Lichte schaduw Klein Giftig Opvallende geur Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

Zeer bijzondere Amerikaanse cultivar van Buxus sempervirens, de ‘gewone’ buxus of palm, met een smalle, zuilvormig opgaande groeiwijze. Zeer geschikt als solitaire struik die ook zonder snoei zuilvormig groeit. Werd rond 1930 geselecteerd in de Blandy Exeperimental Farm van het State Arboretum van Virginia (USA), maar is waarschijnlijk afkomstig uit de Royal Botanic Gardens of Kew bij Londen of de Royal Botanic Garden van Edinburgh. Wordt ook aangeboden onder de naam ‘Greenpeace’.

Shape

  • Growing habit: dicht vertakte, smal opgaande, zuilvormige struik met schuin opstaande takken
  • Height: Ong. 2 m na 20 jaar
  • Width: 20-30 cm na 20 jaar
  • Vigour: traag
  • Root system: oppervlakkig wortelend; gevoelig voor verstoring en verharding

Leaf

  • Shape: lederachtig; tegenoverstaand, enkelvoudig, zonder steunblaadjes; ovaal tot langwerpig ellyptisch; 1-2 cm lang; éénnervig; gladrandig
  • Color: glanzend donkergroen, iets lichter van kleur dan de soort; onderzijde heldergroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: Blad is giftig; verspreid vooral bij vochtig weer een kruidige geur die door sommige mensen niet wordt geappreciëerd.

Flower

  • Shape: kleine bloempjes met vier niet vergroeide bloemdekbladen; staan in trosjes in de bladoksels, met de vrouwelijke bloem in het centrum
  • Color: roodachtig in de knop, later geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Onopvallend; geurend; verspreid veel stuifmeel; goede bijenplant

Fruit

  • Shape: doosvruchtje, ong. 7-8 mm; valt bij het rijpen in drie delen uiteen, met glimmend zwarte zaden
  • Color: bruin
  • Point of time: rijp in augustus-september

Stem

  • Stem / bark: Grijsbruin; takken zijn vierkantig.

Cultivation requirements

  • Stand: zon en schaduw. In schaduw is de groei minder dicht
  • Ground: Geeft de voorkeur aan humusrijke zand- of leemgrond, maar groeit ook goed in andere grondsoorten mits goed doorlatend; op zware grond is de groei trager; bij voorkeur kalkrijk, maar doet het ook op neutrale tot lichtzure grond
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Verdraagt zeer goed droogte en luchtvervuiling. Geschikt voor stadsklimaat. Gevoelig voor strooizout.

Share this page