Buxus sempervirens Notata

Decoratief blad Lichte schaduw Klein Giftig Opvallende geur Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

Cultivar van Buxus sempervirens, de ‘gewone’ buxus of palm, waarvan de jonge blaadjes geel getipt zijn (vandaar ook de naam ‘Gold Tip’). Groeit mooi breed uit. De oorsprong is onbekend, maar werd reeds voor 1830 beschreven. Waarschijnlijk is het een spontane variant van B. sempervirens ‘Latifolia Maculata’ die iets groter blad en ook iets geler blad heeft. Volgens sommige botanici is hij evenwel identiek aan ‘Latifolia Maculata’.

Shape

  • Growing habit: Dicht vertakte, bossige groeiwijze; breed uitgroeiend, met nogal stijve takken waardoor het een wat grove struik vormt.
  • Height: ong. 1 m na 20 jaar
  • Width: ong. 1 m na 20 jaar
  • Vigour: zeer traag
  • Root system: oppervlakkig wortelend; gevoelig voor verstoring en verharding

Leaf

  • Shape: lederachtig; tegenoverstaand, enkelvoudig, zonder steunblaadjes; breed eivormig tot rond ovaal; 1-2 cm lang; éénnervig; gladrandig
  • Color: donkergroen, met gele topjes aan de jonge blaadjes; vooral in de lente of na de snoei valt de gele kleur op, naarmate het seizoen vordert wordt het meer groen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: Blad is giftig; verspreid vooral bij vochtig weer een kruidige geur die door sommige mensen niet wordt geappreciëerd

Flower

  • Shape: kleine bloempjes met vier niet vergroeide bloemdekbladen; staan in trosjes in de bladoksels, met de vrouwelijke bloem in het centrum
  • Color: roodachtig in de knop, later geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Onopvallend; geurend; verspreid veel stuifmeel; goede bijenplant

Fruit

  • Shape: doosvruchtje, ong. 7-8 mm; valt bij het rijpen in drie delen uiteen, met glimmend zwarte zaden
  • Color: bruin
  • Point of time: rijp in augustus-september

Stem

  • Stem / bark: Grijsbruin; takken zijn vierkantig.

Cultivation requirements

  • Stand: zon en schaduw. In schaduw is de groei minder dicht
  • Ground: Geeft de voorkeur aan humusrijke zand- of leemgrond, maar groeit ook goed in andere grondsoorten mits goed doorlatend; op zware grond is de groei trager; bij voorkeur kalkrijk, maar doet het ook op neutrale tot lichtzure grond
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Verdraagt zeer goed droogte en luchtvervuiling. Geschikt voor stadsklimaat. Gevoelig voor strooizout.

Share this page