Buxus sempervirens

Decoratief blad Lichte schaduw Klein Giftig Opvallende geur Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

Buxus sempervirens is de ‘gewone’ buxus of palm die van nature voorkomt in de landen rond de Middellandse Zee en in westelijk Azië tot aan de voet van de Himalaya. Hij wordt ook in België in het wild aangetroffen op sommige kalkrijke zuiderhellingen langs de Maas.
Het is deze soort die sinds eeuwen in onze tuinen wordt aangeplant en waarvan het hout wordt gebruikt voor allerlei fijne gebruiksvoorwerpen.
Het is de ideale buxus voor hagen en voor vormsnoei, maar kan ook ongesnoeid als schilderachtige solitaire struik of zelfs kleine boom worden gebruikt. Buxus groeit zeer traag en kan zeer oud worden. Een struik met stam van ong. 5 cm diameter is ong. 100 jaar oud.
B. sempervirens vormt een kleine tot middelgrote struik of kleine boom met leerachtig, blinkend donkergroen blad. Er bestaan tientallen cultivars en ook in de natuur bestaat er een grote variatie binnen de soort.
Award of Garden Merit (AGM) 1993 en 2002

Shape

  • Growing habit: Dicht vertakte, nogal breed uitgroeiende middelgrote struik of kleine, meestal meerstammige of laag vertakte boom
  • Height: tot 8m hoog
  • Width: 3-6 m
  • Vigour: traag
  • Root system: oppervlakkig wortelend; gevoelig voor verstoring en verharding

Leaf

  • Shape: lederachtig; tegenoverstaand, enkelvoudig, zonder steunblaadjes; ovaal tot langwerpig ellyptisch, ongeveer dubbel zo lang als brees; 1-2,5 cm lang; éénnervig; gladrandig
  • Color: glanzend donkergroen, onderzijde heldergroen
  • Fall color: wintergroen
  • Special features: Blad is giftig; verspreid vooral bij vochtig weer een kruidige geur die door sommige mensen niet wordt geappreciëerd

Flower

  • Shape: kleine bloempjes met vier niet vergroeide bloemdekbladen; staan in trosjes in de bladoksels, met de vrouwelijke bloem in het centrum
  • Color: roodachtig in de knop, later geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features: Onopvallend; geurend; verspreid veel stuifmeel; goede bijenplant

Fruit

  • Shape: doosvruchtje, ong. 7-8 mm; valt bij het rijpen in drie delen uiteen, met glimmend zwarte zaden
  • Color: bruin
  • Point of time: rijp in augustus-september

Stem

  • Stem / bark: Grijsbruin; takken zijn vierkantig.

Cultivation requirements

  • Stand: zon en schaduw. In schaduw is de groei minder dicht
  • Ground: Geeft de voorkeur aan humusrijke zand- of leemgrond, maar groeit ook goed in andere grondsoorten mits goed doorlatend; op zware grond is de groei trager; bij voorkeur kalkrijk, maar doet het ook op neutrale tot lichtzure grond
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Verdraagt zeer goed droogte en luchtvervuiling. Geschikt voor stadsklimaat. Gevoelig voor strooizout.

Share this page