Daphne mezereum f. alba

Decoratief blad Kalkhoudende grond Bladverliezend Klein Giftig Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon Opvallende bloei

Description

Daphne mezereum f. album is een witbloeiende variëteit van het rode peperboompje is inheems in het gematigd deel van Midden- en Zuid-Europa en West-Azië. Het bereikt zijn noordelijke grens in Nederland en Vlaanderen. Vanwege zijn zeldzaamheid staat het op de Rode Lijst van bedreigde planten. Het is een kleine bladverliezende struik die op het einde van de winter bloeit met zeer sterk geurende bloemen. Enkele struikjes vullen, op een windstille dag, gans de tuin met hun kruidige en toch zoete geur. De dicht op elkaar staande bloemen bedekken de naakte takken en verwelken pas als de bladeren ontluiken. Naargelang de cultivar zijn de bloemen roze, lila of violet, rood of wit. Deze natuurlijke variëteit bloeit met helderwitte bloempjes.
Hij wordt al sinds de zestiende gekweekt als tuinplant vanwege zijn sterke geur en wellicht ook vanwege de vermeende medicinale eigenschappen van de (giftige) bessen.
Het rode peperboompje wordt ook wel eens miserieboompje genoemd. De naam peperboompje is nog enigszins te verklaren: de verleidelijke bessen lijken enigszins op een peperbolletje. Bovendien zouden de bessen enigszins naar peper smaken. Maar probeer dat beter niet: ze zijn uiterst giftig. Van waar de naam miserieboompje komt, is een groot vraagteken. Is het omdat het er met zijn stijve, spichtige takken en vaak schaarse bladeren, nogal armetierig kan uitzien? Is het omdat het een zeer giftig struikje is? Mezereum betekent in het Perzisch trouwens giftig. Of is miserie gewoon een verbastering van de Latijnse soortnaam mezereum?
Miserieboompje is echter een zeer onterechte naam voor deze charmante plant. De Franse naam Bois joli of Bois gentil is een veel passender benaming. Ook het Engelse Lady-laurel of Paradise Plant geeft aan dat het alles behalve een miserieplantje is.

Shape

  • Growing habit: kleine struik met dikke, rechtopgaande takken die een smalle trechter vormen
  • Height: 0,5-1,5 m
  • Width: 0,5-1,5 m
  • Vigour: matig tot sterk
  • Root system: gevoelig voor bodemverdichting en -verharding

Leaf

  • Shape: lang lancetvormig, met gave rand, lichtbehaard tot kaal, 7-9 cm lang; staan in kransen aan de takken
  • Color: grijsgroen
  • Fall color: vaalgeel
  • Special features:

Flower

  • Shape: viertallige bloem zonder duidelijke kroon en kelk, wel een bloembuis (in feite de bloembodem) met vier bloemdekbladen. Staan meestal in groepjes van drie à vier
  • Color: helderwit
  • Point of time: februari-april
  • Special features: Bloemen staan langs de scheuten van het vorige jaar; zelfbestuivend; zeer sterke kruidig-zoete geur

Fruit

  • Shape: kleine steenvruchtjes, langwerpig eirond
  • Color: geel
  • Point of time: vanaf juli, rijpen in september-oktober

Stem

  • Stem / bark: Grijsbruin; de takken zijn aanvankelijk zilverig behaard, op latere leeftijd met smalle kurklijsten

Cultivation requirements

  • Stand: Zon (op voorwaarde dat de grond nooit uitdroogt) of lichte schaduw
  • Ground: Voedsel- en humusrijke, vochthoudende, liefst kalkrijke (leem)bodem
  • Climate zone: 4
  • Special features: Verdraagt slecht snoei; kortlevend; minder geschikt voor stadsklimaat; verdraagt slecht droogte

Share this page