Elaeagnus angustifolia

Decoratief blad Droge standplaats Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon

Description

De smalbladige olijfwilg is een zeer fraaie heester die op termijn kan uitgroeien tot een schilderachtige, kleine, meerstammige boom. Het is een van de bladverliezende Elaeagnus-soorten, maar in zachte winters blijft het blad hangen. Hij heeft sierlijk, smal, wilgachtig, grijsgroen blad. Hij lijkt sterk op de bekende wilgbladige sierpeer, Pyrus salicifolia. Vaak zijn de lange takken voorzien van stekels. De vruchtjes zijn zeer geliefd bij vogels en eekhoorns, maar zijn ook eetbaar voor de mens. Ze hebben een zoete smaak, maar zijn nogal melig. In het oosten worden ze vers gegeten, maar ook verwerkt in een zoete, al dan niet alcoholische drank.
De smalbladige olijfwilg is inheems rond de Middellandse Zee, in het Midden-Oosten tot aan de Himalaya. Hij groeit daar van nature in zandduinen, steppen en droge rivierbeddingen. Hij is zeer geschkt voor gebruik in kustgebieden.

Shape

  • Growing habit: opgaande, losse groeiwijze met onregelmatige, ovaalronde of breed kegelvormige kroon en dunne, breed uitwaaierende takken; kan uitgroeien tot meerstammig boompje.
  • Height: 4  10 m
  • Width: 5-7 m
  • Vigour: vrij snel
  • Root system: verdraagt verharding en verdichting

Leaf

  • Shape: Enkel, tegenoverstaand; gaafrandig, smal lancetvormig, als een wilgenblad, 3-9 cm lang, 2-3 cm breed
  • Color: mat grijsgroen, onderzijde zilvergrijs, licht behaard
  • Fall color: -
  • Special features: licht aromatisch

Flower

  • Shape: klokvormig; ong 1 cm groot ; staan met 1 tot 3 bijeen aan binnenkant twijgen
  • Color: zilverwitte schubben aan buitenkant, geel aan binnenkant
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: zeer geurend

Fruit

  • Shape: langwerpig eivormig-ovale steenvrucht, als een olijf, 1-2 cm lang
  • Color: geel of roodachtig met zilvergrijze schubben
  • Point of time: augustus-september

Stem

  • Stem / bark: Zilvergrijze schubben op jonge twijgen, later grijs- tot roodgroen, ondiep gegroefd; jonge twijgen gedoornd

Cultivation requirements

  • Stand: Volle zon
  • Ground: lichte, eerder arme, zanderige grond; neutraal tot zuur, bij voorkeur kalkrijk
  • Climate zone: 4
  • Special features: Zeer goed bestand tegen droogte; geschikt voor stedelijke gebieden en industiële vervuiling; bestand tegen zeewind; verdraagt strooizout

Share this page