Eucalyptus gunnii

Decoratief blad Natte standplaats Middelgroot Groot Opvallende geur Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

De cidergomboom (Eucalyptus gunnii) is een van de weinige wintergroene Eucalyptussen die bij ons frequent wordt aangeboden. Het is een voor West-Europa vrij goed winterharde soort die op een zonnige en beschutte standplaats een normale winter overleeft. Hij kan tegen vorst tot – 14 ° C. Het was de eerste Eucalyptus die in het midden van de 19de eeuw in Europa werd aangeplant.
E. gunnii is inheems in Tasmanië waar hij in berggebieden tot 1200 groeit. Het is normaal een hoge, opgaande boom, maar wordt bij ons vaak als grote struik gekweekt.
De takken met hun kleine, ronde, zilverblauwe blaadjes zijn zeer geliefd in de bloemsierkunst. Bij oudere bomen worden de blaadjes langwerpig sikkelvormig en grijsgroen. Om deze kleine blaadjes te houden, moet de boom ieder jaar tot tegen de grond gesnoeid worden.
Award of Garden Merit (AGM) 2002

Shape

  • Growing habit: De kroon is in het begin kegelvormig met omhooggaande takken, later koepelvormig met sterke vertakkingen. Bij ons vaak gekweekt als meerstammige kleine boom of forse struik.
  • Height: 10-25 m
  • Width: 5-10 m
  • Vigour: snel, tot 3m per jaar
  • Root system: gevoelig voor verstoring

Leaf

  • Shape: Enkelvoudig, tegenoverstaand; Jonge bladeren zijn rond ovaal, ong. 2-6 cm lang, de oude bladeren zijn langwerpig en spits, ongeveer 9 bij 4 cm groot. Ze zitten vast aan een bleekgele bladsteel van 2,5 cm lang.
  • Color: jong blad is blauwgrijs van kleur, de oude bladeren zijn aan de bovenkant donker blauwgrijs en van onderen geelachtig groen; bladsteel is bleekgeel
  • Fall color:
  • Special features: Bij kneuzingen geven ze een cidergeur af. Heeft nauwelijks winterrustknoppen, de bladeren houden s winters tijdelijk met groeien op.

Flower

  • Shape: in het begin urnvormige bloemknoppen met een deksel die uit 4 vergroeide kroonbladeren bestaat. Voor de bloei valt hij af, waarbij talrijke witte tot roodachtige meeldraden zichtbaar worden. Deze lijken op een muts. De bloemen staan alleen of met 3 bijeen in de bladoksels.
  • Color: blauwwit gerijpt met groenrood deksel en roodachtige meeldraden
  • Point of time: juli-augustus
  • Special features:

Fruit

  • Shape: Dopvormige, houtige doosvrucht met een afgeplat einde, circa 0,5 cm lang, met 3-5 kleppen opengaand
  • Color: eerst groen, later bruin
  • Point of time: na bloei

Stem

  • Stem / bark: De twijgen zijn geelachtig wit en zijn bedekt met een rozekleurig grijze, melige laag. De schors is onderaan ruw, hogerop glad en roos- tot geelachtig. Schilfert elk jaar af in grote platen waardoor de grijs- tot olijfgroene onderkant bloot komt.

Cultivation requirements

  • Stand: Volle zon, beschut
  • Ground: vochtige, neutrale tot lichtzure grond, eerder arm
  • Climate zone: 7b
  • Special features: Verdraagt zeer goed zeewind

Share this page