Fagus sylvatica

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Groot Eetbaar Decoratieve schors Volle zon

Description

De gewone beuk is een van de meest imposante Europese bomen. Hij komt van oudsher voor als bosboom in de gematigde streken van West- en Midden-Europa. Hij vertegenwoordigt het laatste stadium in de natuurlijke evolutie van het bos. Alleenstaande beuken vormen een zeer brede, dichte kroon, laag vertakt met takken die afhangen tot op de grond. Als laan- of bosboom groeit hij kaarsrecht omhoog en ontwikkelt hij een lange, kale stam, als een pilaar. Bomen van meer dan 40 meter hoog of 30 meter breed zijn geen zeldzaamheid. Daarnaast is het ook een van de beste inheemse haagplanten.
Het is een zeer variabele soort met tal van groei- en bladvormen, gaande van zuil- tot treurvormen, variëteiten die nauwelijks 10 m hoog worden, cultivars met groen, geel, paars of rood en bont blad, met klein en groot, gaaf of diep ingesneden, zelfs varenachtig blad, enz.
Beuken werden vroeger massaal aangeplant als bos- en parkboom. Het grootste (kunstmatige) beukenbos in Europa is het Zoniënwoud rond Brussel. Oude beukenlanen, zeker van rode beuken, in een landschap wijzen op de aanwezigheid van een kasteel of klooster.
Beuken hebben een heel dicht bladerdek en zorgen voor dichte schaduw waaronder weinig andere planten gedijen.
De gladde stam is zeer gevoelig voor zonnebrand, wat problemen stelt wanneer in een bos of een laan enkele bomen wegvallen door ziekte of stormschade en de resterende bomen zon op hun stam krijgen en stambeschermende maatregelen nodig zijn. Ook jonge bomen moeten beschermd worden tegen de zon. 
Beuken wortelen oppervlakkig en zijn erg gevoelig voor langdurige droogte, verstoring van de wortels en bodemverdichting- of verharding.
Het hout van beuk is van uitstekende kwaliteit en wordt van oudsher veel gebruikt in de meubelindustrie en de bouw.

Shape

  • Growing habit: Alleenstaande bomen vormen een zeer brede, dichte kroon, breed elliptisch van vorm, laag vertakt met zware, horizontaal afstaande takken die afhangen tot op de grond. Als laan- of bosboom groeit hij kaarsrecht omhoog en ontwikkelt hij een zeer lange, kale stam. De zigzaggroeiende twijgen eindigen in puntige knoppen.
  • Height: 20-35 m
  • Width: 20-30 m
  • Vigour: sterk
  • Root system: wortelt oppervlakkig en is zeer gevoelig voor verdichting, verharding en verstoring. Verdraagt zeer slecht schommelingen in de grondwaterstand.

Leaf

  • Shape: enkelvoudig, verspreid staand; ovaal-elliptisch, met spitse top, de grootste breedte zit in of onder het midden, 4-10 cm; gaafrandig, bladrand gegolfd; opvallende middennerf en 5-9 paar zijnerven; aanvankeijik licht behaard, met een paar bruine steunblaadjes aan de voet van de steel
  • Color: blinkend donkergroen
  • Fall color: roodbruin
  • Special features: Jonge beuken en in haag gesnoeide beuken behouden in de winter gedeeltelijk hun blad, het valt pas af in het voorjaar.Het afgevallen blad verteert zeer slecht.

Flower

  • Shape: hangende bollen met mannelijke bloemkatjes aan lange stelen; vrouwelijke bloemen staan met twee of drie in kleine opstaande tuilen
  • Color: mannelijke bloemen zijn geel, vrouwelijke geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features:

Fruit

  • Shape: stekelig, vierlobbig bolstertje of napje, ong. 2-3 cm, bevat een of twee driehoekige, eetbare zaden (beukenootjes)
  • Color: eerst groen, later bruin
  • Point of time: Vanaf juli, rijp in het najaar

Stem

  • Stem / bark: Gladde, grijsgroene, dunne bast. De stam is erg gevoelig voor zonnebrand. Daarom beschermt de beuk de stam met afhangende takken.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon halfschaduw
  • Ground: Goed gedraineerde, matig vochtige, vruchtbare en goed doorwortelbare grond, bij voorkeur leemachtig en kalkrijk.
  • Climate zone: 5b
  • Special features: Matig windbestendig; stam is gevoelig voor zonnebrand;

Share this page