Fagus sylvatica Dawyck Gold

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Decoratieve schors Volle zon

Description

Dit is een geelbladige selectie van F. sylvatica met een smalle, zuilvormige kroon. Waarschijnlijk gaat het om een kruising van de zuilvormige F. sylvatica ‘Dawyck’ met de geelbladige F. sylvatica ‘Zlatia’. Hij werd rond 1969 geselecteerd door Van Hoey Smith, eigenaar van het Arboretum Trompenburg in Rotterdam. Hij heeft dezelfde kroonvorm als ‘Dawyck’ en wordt waarschijnlijk even hoog en breed.
Net zoals bij de gewone beuk is de gladde stam zeer gevoelig voor zonnebrand. Jonge bomen moeten beschermd worden tegen de zon en mogen niet te vroeg opgesnoeid worden. 
Beuken wortelen oppervlakkig en zijn erg gevoelig voor langdurige droogte, verstoring van de wortels en bodemverdichting- of verharding.
Award of Garden Merit (AGM) 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Middelgrote tot grote boom met rechtopgaande vertakking en opstaande twijgen waardoor een smalle, kegelvormige kroon ontstaat
  • Height: 15-20 m
  • Width: 4-5 m
  • Vigour: matig
  • Root system: wortelt oppervlakkig en is zeer gevoelig voor verdichting, verharding en verstoring. Verdraagt zeer slecht schommelingen in de grondwaterstand.

Leaf

  • Shape: enkelvoudig, verspreid staand; ovaal-eivormig, met spitse top, de grootste breedte zit in of onder het midden, 4-9 cm; gaafrandig, bladrand gegolfd; opvallende middennerf en 5-9 paar zijnerven; aanvankeijik licht behaard
  • Color: bij uitlopen goudgeel, later op het seizoen botergeel, nog later geelgroen.
  • Fall color: goudgeel
  • Special features: Jonge beuken behouden in de winter gedeeltelijk hun blad, het valt pas af in het voorjaar.Het afgevallen blad verteert zeer slecht.

Flower

  • Shape: hangende bollen met mannelijke bloemkatjes aan lange stelen; vrouwelijke bloemen staan met twee of drie in kleine opstaande tuilen
  • Color: mannelijke bloemen zijn geel, vrouwelijke geelgroen
  • Point of time: april-mei
  • Special features:

Fruit

  • Shape: stekelige, vierlobbig bolstertje of napje, ong. 2-3 cm, bevat een of twee driehoekige, eetbare zaden (beukenootjes)
  • Color: eerst groen, later bruin
  • Point of time: Vanaf juli, rijp in het najaar

Stem

  • Stem / bark: Gladde, grijsgroene, dunne bast. De stam is erg gevoelig voor zonnebrand. Daarom beschermt de beuk de stam met afhangende takken.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon halfschaduw
  • Ground: Goed gedraineerde, matig vochtige, vruchtbare en goed doorwortelbare grond, bij voorkeur leemachtig en kalkrijk.
  • Climate zone: 5b
  • Special features: Matig windbestendig; stam is gevoelig voor zonnebrand;

Share this page