Ilex aquifolium

Decoratief blad Lichte schaduw Middelgroot Giftig Opvallende vrucht Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

Er is waarschijnlijk geen mooiere en bruikbaarder wintergroene boom voor een gematigd klimaat dan Ilex aquifolium, de Scherpe hulst. Bovendien is hij zeer geschikt voor een statige haag.
De Scherpe hulst is inheems in het grootste deel van West- en Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië. De oostgrens van het areaal ligt ter hoogte van de Elbe. Hij wordt al sinds de oudheid gekweekt als sierboom. Bovendien speelt hij van oudsher een belangrijke rol in allerlei folkloristische en religieuze gebruiken, en is het een zeer geliefde plant voor kerstdecoratie. Het loof werd vroeger als veevoeder gebruikt. Het hout is geschikt voor draai- en inlegwerk.
Karakteristiek voor de Scherpe hulst is het glazend, donkergroene blad met puntige en stekelige randen. Bij oudere bomen is het blad bovenaan meestal gaafrandig en niet stekelig. Het blad is licht giftig en werd vroeger gebruikt als vochtafdrijvend en koortswerend middel.
Een extra sierwaarde zijn de rode bessen in het najaar die tot lang in de winter blijven hangen. Omdat de plant tweehuizig is, moet er steeds gezorgd worden voor een mannelijk en vrouwelijk exemplaar (één mannelijke op vijf vrouwelijke planten). Er bestaan wel een aantal zelfbestuivende variëteiten zoals 'J.C. van Tol', 'Pyramidalis' en 'Alaska'. Ook van deze variëteiten zal het aantal bessen groter zijn als er een mannelijke hulst in de buurt staat.
Van de Scherpe hulst bestaan tientallen van cultivars met bont blad, een afwijkende groeiwijze, gele of oranje bessen, enz.
Award of Garden Merit (AGM)

Shape

  • Growing habit: forse, laag- en dichtvertakte struik of kleine tot middelgrote, vaak meerstammige, nogal warrig vertakte boom met een breed pyramidale kroon. De takken zijn vooral onderaan de boom boogvormig met opgaande top.
  • Height: 8-10 m (maar kan tot 25 hoog worden)
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: traag
  • Root system:

Leaf

  • Shape: enkel, verspreid staand, bladsteel kort gegroefd; ovaal tot lancetvormig, met spitse top en afgeronde voet, 4-10 cm lang en 2-5 cm breed; onregelmatig golvende, zeer puntige en stekelig getande randen; de bovenste bladeren meestal minder of niet stekelig; onduidelijke zijnerven; dik lederachtig
  • Color: glanzend donkergroen
  • Fall color:
  • Special features: Het blad valt na drie jaar af

Flower

  • Shape: kleine (ong. 7 mm) wasachtige bloemen met een vijflobbige kelk met een witte, in zesvoud gespleten kroon en vier meeldraden, die aan het vruchtbeginsel kleven. De vrouwelijke bloemen hebben bovenstandige vierstijlige stampers en vier rudimentaire meeldraden; de mannelijke hebben vier meeldraden. Ze zijn okselstandig en staan in kleine bosjes.
  • Color: crèmewit, in knop lichtroze
  • Point of time: mei
  • Special features: Hulst is doorgaans tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien niet aan dezelfde plant. Geurend.

Fruit

  • Shape: kleine (ong 1 cm) bolvormige, besachtige steenvruchten, met twee tot acht zaden; staan in kleine trosjes
  • Color: eerst groen, later fel rood
  • Point of time: vanaf augustus; blijven heel lang hangen

Stem

  • Stem / bark: Aanvankelijk groen, later zilvergrijs en glad, voelt zacht aan; op latere leeftijd knobbelig. Het hout is wit met zeer fijne nerf. Jonge twijgen zijn groen en kaal, op een zonnige standplaats met purperen schijn.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon / halfschaduw / schaduw, bij voorkeur enigszins beschermd tegen koude winden
  • Ground: Elke grondsoort als die niet te droog of te vochtig en goed doorlatend is. Bij voorkeur niet te voedselrijk. De beste grondcombinatie is een zanderige, lichtzure leemgrond met een constante vochtigheid, maar verdraagt ook kalk.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Hulst verdraagt sterke snoei. Gevoelig voor wind. Zeer goed bestand tegen industriële vervuiling en stadsklimaat

Share this page