Ilex aquifolium Pyramidalis

Decoratief blad Lichte schaduw Middelgroot Giftig Opvallende vrucht Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

Ilex aquifolium ‘Pyramidalis’ is een piramidaal opgaande vorm van de Scherpe hulst met slechts gedeeltelijk stekelig blad. 
Het is een zelfbestuivende, vrouwelijke vorm met rode bessen. Het aantal bessen zal wel groter zijn als er een mannelijke hulst in de buurt staat.
Deze cultivar is vooral interessant als vrijstaande (vorm)boom of struik, of in los verband in groep.
Het is een oude cultivar, geselecteerd rond 1885 door de Nederlandse kweker C.B. van Nes.
Award of Garden Merit (AGM)

Shape

  • Growing habit: forse, dicht vertakte struik of kleine, vaak meerstammige boom met een dichte, wat warrig vertakte, smal piramidale tot breed eivormige kroon met opgaande top. Breed uitwaaierende takken, vooral onderaan de boom boogvormig afhangend.
  • Height: 8-10 m
  • Width: 3-5 m
  • Vigour: traag
  • Root system:

Leaf

  • Shape: enkel, verspreid staand, bladsteel kort gegroefd; lang eivormig, met spitse top en afgeronde voet, 5-7 cm lang en 2-3 cm breed; nauwelijks getand, met soms één of twee stekels, vaak slechts aan één kant; dik lederachtig
  • Color: glanzend donkergroen, aan de onderkant lichter groen
  • Fall color:
  • Special features: Het blad valt na drie jaar af.

Flower

  • Shape: kleine (ong. 7 mm) wasachtige bloemen met een vijflobbige kelk met een witte, in zesvoud gespleten kroon en vier meeldraden, die aan het vruchtbeginsel kleven. De vrouwelijke bloemen hebben bovenstandige vierstijlige stampers en vier meeldraden. Ze zijn okselstandig en staan in kleine bosjes.
  • Color: crèmewit, in knop lichtroze
  • Point of time: mei
  • Special features: Zelfbestuivende, vrouwelijke vorm. Geurend.

Fruit

  • Shape: kleine (ong 1 cm) bolvormige, besachtige steenvruchten, met twee tot acht zaden; staan in kleine trosjes
  • Color: eerst groen, later rood
  • Point of time: vanaf augustus, blijven heel lang hangen

Stem

  • Stem / bark: Aanvankelijk groen, later zilvergrijs en glad, voelt zacht aan; op latere leeftijd knobbelig. Het hout is wit met zeer fijne nerf. Jonge twijgen zijn groen en kaal.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon / halfschaduw / schaduw, bij voorkeur enigszins beschermd tegen koude winden
  • Ground: Elke grondsoort als die niet te droog of te vochtig en goed doorlatend is. Bij voorkeur niet te voedselrijk. De beste grondcombinatie is een zanderige, lichtzure leemgrond met een constante vochtigheid, maar verdraagt ook kalk.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Hulst verdraagt sterke snoei. Gevoelig voor wind. Zeer goed bestand tegen industriële vervuiling en stadsklimaat

Share this page