Ilex aquifolium J.C. van Tol

Decoratief blad Lichte schaduw Middelgroot Giftig Opvallende vrucht Wintergroen Volle zon Schaduw

Description

Ilex aquifolium ‘J.C. van Tol’ (of ‘Polycarpa’) is een van de populairste cultivars van de Scherpe hulst. Die populariteit is gemakkelijk te verklaren. Ten eerste is het blad vrijwel ongetand en niet stekelig. Maar vooral is het een zelfbestuivende, vrouwelijke vorm die overvloedig bessen draagt. Het aantal bessen zal wel groter zijn als er een mannelijke hulst in de buurt staat. Hij is bovendien beter winterhard dan de soort.
‘J.C. van Tol’ kan net als de gewone Scherpe hulst gebruikt worden als vrijstaande (vorm)boom, of als statige haagplant.
‘J.C. van Tol’ is een oude Nederlandse cultivar die rond 1895 ontstond en in 1904 werd geïntroduceerd door de Nederlandse kweker van Tol.
Award of Garden Merit (AGM)

Shape

  • Growing habit: forse, zeer dicht vertakte struik of kleine, meestal meerstammige boom met een dichte, wat warrig vertakte, breed piramidale kroon met opgaande top. Breed uitwaaierende takken, vooral onderaan de boom boogvormig afhangend.
  • Height: 4-10 m
  • Width: 3-6 m
  • Vigour: traag
  • Root system:

Leaf

  • Shape: enkel, verspreid staand, bladsteel kort gegroefd; breed elliptisch tot ovaal, met spitse top en afgeronde voet, 3-7 cm lang en 3-4 cm breed; onregelmatig golvende, nauwelijks getande, weinig stekelige randen; dik lederachtig
  • Color: glanzend, zeer donkergroen
  • Fall color:
  • Special features: Het blad valt na drie jaar af.

Flower

  • Shape: kleine (ong. 7 mm) wasachtige bloemen met een vijflobbige kelk met een witte, in zesvoud gespleten kroon en vier meeldraden, die aan het vruchtbeginsel kleven. De vrouwelijke bloemen hebben bovenstandige vierstijlige stampers en vier meeldraden. Ze zijn okselstandig en staan in kleine bosjes.
  • Color: crèmewit, in knop lichtroze
  • Point of time: mei
  • Special features: Zelfbestuivende, vrouwelijke vorm. Geurend.

Fruit

  • Shape: kleine (ong 1 cm) bolvormige, besachtige steenvruchten, met twee tot acht zaden; staan in kleine trosjes
  • Color: eerst groen, later oranjerood
  • Point of time: vanaf augustus, blijven heel lang hangen

Stem

  • Stem / bark: Aanvankelijk groen, later zilvergrijs en glad, voelt zacht aan; op latere leeftijd knobbelig. Het hout is wit met zeer fijne nerf. Jonge twijgen zijn groen en kaal, op een zonnige standplaats met purperen schijn.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon / halfschaduw / schaduw, bij voorkeur enigszins beschermd tegen koude winden
  • Ground: Elke grondsoort als die niet te droog of te vochtig en goed doorlatend is. Bij voorkeur niet te voedselrijk. De beste grondcombinatie is een zanderige, lichtzure leemgrond met een constante vochtigheid, maar verdraagt ook kalk.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Hulst verdraagt sterke snoei. Gevoelig voor wind. Zeer goed bestand tegen industriële vervuiling en stadsklimaat

Share this page