Juglans regia Franquette

Decoratief blad Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Opvallende vrucht Decoratieve schors Volle zon

Description

Juglans regia ‘Franquette’ is een zeer oude maar nog steeds erg gewaardeerde variëteit van de gewone wal- of okkernoot die veel wordt gebruikt voor de commerciële notenteelt. Het is een productief ras en de noten zijn vrij groot met een dunne schaal en van uitstekende kwaliteit. In de Franse Dauphiné is 80% van de notelaars van het ras ‘Franquette’. Ook in Californië en in Australië is het een van de meest aangeplante commerciële notelaars. Het is een van de variëteiten die in de Franse Périgord beschikt over het label Apellation d’Origine Contrôlée (AOC) Noix du Périgord, en in de streek van Grenoble een AOC Noix de Grenoble heeft (samen met ‘Mayette’ en ‘Parisienne’).
Het is een sterke groeier die laat uitloopt en laat bloeit waardoor de knoppen en de bloeiwijze de nachtvorsten ontlopen, en dus ook zeer geschikt is voor koudere streken. Nadeel is wel dat er op dat ogenblik niet veel andere notelaars bloeien, waardoor kruisbestuiving soms moeilijk kan plaatsvinden en de vruchtzetting soms onbevredigend is. Maar ‘Franquette’ is gedeeltelijk zelfbevruchtend. 
‘Franquette’ werd in 1784 geselecteerd door de Franse kweker Nicoud-Franquet uit Notre-Dame-de-l'Osier in de Isère.

Shape

  • Growing habit: aanvankelijk onregelmatige, later meer symmetrische, brede en luchtige, karakteristieke ronde kroon; niet doorgaande stam, met zware, afstaande takken
  • Height: 15-20 m
  • Width: 8-15 m
  • Vigour: matig tot sterk
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: verspreid staand, oneven geveerd samengesteld blad, bestaande uit 5-9 deelblaadjes, zonder of met slecht ontwikkeld eindblad; Het totale blad is 20-30 cm lang, de deelblaadjes 6-12 cm; de deelblaadjes zijn eirond tot ovaalvormig, met spitse top en afgeronde basis; sterk, onregelmatig gezaagd; onderzijde viltig behaard.
  • Color: roodbruin bij het uitkomen, later glanzend heldergroen
  • Fall color: bruingrijs
  • Special features: Loopt als een van de laatste bomen uit (eind april-begin mei); de bladeren bevatten tannine en verspreiden een typische geur wanneer ze gekneusd worden

Flower

  • Shape: De mannelijke katjes zijn dik en cilindrisch, 6-8 cm lang en hangen aan het einde van het oude hout. Elke bloem heeft 14 tot 36 meeldraden. De vrouwelijke bloemen zijn bolronde aren, lichtbehaard en bevinden zich op het einde van de jongste twijgen, met twee of drie bijeen. Zij hebben twee grote, gekromde rode of witachtige stempels.
  • Color: mannelijke bloemen hebben groene schubben met gele meeldraden; vrouwelijke groen
  • Point of time: De mannelijke bloei vindt plaats in mei, de vrouwelijke van half mei tot ver in juni.
  • Special features: Bloeit laat; gedeeltelijk zelf bevruchtend.

Fruit

  • Shape: ronde noot, met ondiep gegroefde schaal; met vlezig, glad omhulsel (bolster) dat openbarst als de noot rijp is; 4-5 cm lang en ongeveer 3 cm breed.
  • Color: bolster groen, later zwart, noot geelbruin
  • Point of time: begin oktober

Stem

  • Stem / bark: Jonge twijgen grijsbruin, niet behaard, met ronde bruine knoppen en opvallende hartvormige bladlittekens; Bast is lichtgrijs, aanvankelijk glad, op latere leeftijd met diepe, onregelmatige verticale groeven

Cultivation requirements

  • Stand: Zon
  • Ground: goed gedraineerde, diepe, vruchtbare, eerder vochtige, neutrale tot kalkrijke grond
  • Climate zone: 6a
  • Special features: eventuele snoei moet gebeuren als de boom in blad staat (van begin juni tot begin oktober); matig windbestendig; matig bestand tegen strooizout

Share this page