Juglans regia

Decoratief blad Bladverliezend Groot Eetbaar Opvallende vrucht Decoratieve schors Volle zon

Description

Juglans regia is de bekende wal- of okkernoot. De walnoot werd vroeger zeer veel aangeplant als straat- en laanboom. In Zuid-en Midden-Europa wordt de walnoot intensief gecultiveerd en is soms plaatselijk verwilderd in gemengde bossen.
Hij is vanwege zijn omvang niet direct geschikt voor een klein stadstuintje, maar in de iets grotere tuin verdient hij zeker een plaats. Niet in het minst omwille van de heerlijke noten. Bovendien is de notelaar met zijn dicht bladerdak een ideale en karaktervolle schaduwboom. Met als bijkomend voordeel dat vliegen en muggen een hekel hebben aan de geur van de aromatische bladeren. Vandaar dat bij vele oude boerenhoven nog een notelaar kan worden aangetroffen, vlak bij de stal of bij het venster van de 'opkamer' waar men sliep, zodat men geen last had van muggen in de slaapkamer.
De notelaar werd vroeger bij boerderijen ook vaak aangeplant als schutsboom. Het planten van huisbeschermende bomen hangt samen met de opvatting dat het leven van de mens als het ware een dubbelganger heeft in het vegetatieve leven van de boom, die zijn lotsbeschikking deelt en zelfs bepaalt. Misschien lag dezelfde redenering aan de basis van de geboortebomen: bij de geboorte van een kind plantte men een boom. Voor een jongen was dat vaak een notelaar.
De notelaar is ook een traditioneel liefdessymbool een liefdessymbool. Zo bestond ondermeer in de Franse Dordogne de gewoonte om in de St-Jansnacht (24 juni) een paar notentakjes op te hangen boven ramen en deuren om de huiselijke vrede te bewaren. Om zeker te zijn van de gunsten van een geliefde, volstond het om op St-Jan een notenblad te leggen in zijn of haar linker schoen. In de Tarn worden tot op de dag van vandaag jonggehuwden bij het verlaten van de kerk niet met rijstkorrels maar met notenschalen bestrooid. Terwijl het in de buurt van Grenoble, de notenstreek bij uitstek, nog steeds tot de geplogendheden behoort om pasgehuwden twee geconfijte noten aan te bieden in een glas likeur, als een symbool dat hun verbintenis even sterk

Shape

  • Growing habit: aanvankelijk onregelmatige, later meer symmetrische, brede en luchtige, karakteristieke ronde kroon; niet doorgaande stam, met zware, afstaande takken
  • Height: 15-30 m
  • Width: 8-15 m
  • Vigour: matig tot sterk
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: verspreid staand, oneven geveerd samengesteld blad, bestaande uit 5-9 deelblaadjes, zonder of met slecht ontwikkeld eindblad; Het totale blad is 20-30 cm lang, de deelblaadjes 6-12 cm; de deelblaadjes zijn eirond tot ovaalvormig, met spitse top en afgeronde basis; sterk, onregelmatig gezaagd; onderzijde viltig behaard.
  • Color: roodbruin bij het uitkomen, later glanzend heldergroen
  • Fall color: bruingrijs
  • Special features: Loopt als een van de laatste bomen uit; Bladeren bevatten tannine en verspreiden een typische geur wanneer ze gekneusd worden

Flower

  • Shape: De mannelijke katjes zijn dik en cilindrisch, 6-8 cm lang en hangen aan het einde van het oude hout. Elke bloem heeft 14 tot 36 meeldraden. De vrouwelijke bloemen zijn bolronde aren, lichtbehaard en bevinden zich op het einde van de jongste twijgen, met twee of drie bijeen. Zij hebben twee grote, gekromde rode of witachtige stempels.
  • Color: mannelijke bloemen hebben groene schubben met gele meeldraden; vrouwelijke groen
  • Point of time: april-juni
  • Special features: Eenhuizig; mannelijke en vrouwelijke bloemen van dezelfde boom bloeien meestal niet op hetzelfde tijdstip, waardoor zelfbestuiving zelden gebeurt en kruisbestuiving door een andere boom in de buurt nodig is. Er komen ook klonen voor, waarbij de mannelijke katjes gelijk rijp zijn met de vrouwelijke stempels. De vruchtzetting kan ook plaatshebben zonder bestuiving (apomixie).

Fruit

  • Shape: ronde noot, met ondiep gegroefde schaal; met vlezig, glad omhulsel (bolster) dat openbarst als de noot rijp is; 4-5 cm doorsnede
  • Color: bolster groen, later zwart, noot geelbruin
  • Point of time: rijp vanaf oktober-november

Stem

  • Stem / bark: Jonge twijgen grijsbruin, niet behaard, met ronde bruine knoppen en opvallende hartvormige bladlittekens; Bast is lichtgrijs, aanvankelijk glad, op latere leeftijd met diepe, onregelmatige verticale groeven

Cultivation requirements

  • Stand: Zon
  • Ground: goed gedraineerde, diepe, vruchtbare, eerder vochtige, neutrale tot kalkrijke grond
  • Climate zone: 6a
  • Special features: eventuele snoei moet gebeuren als de boom in blad staat (van begin juni tot begin oktober); matig windbestendig; matig bestand tegen strooizout

Share this page