Lagerstroemia indica

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Bladverliezend Klein Opvallende vrucht Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Lagerstroemia indica is een bladverliezende heester tot kleine boom. Hij bloeit zeer overvloedig en uitzonderlijk lang, van juli tot september, tenminste als er voldoende zon is, met meestal fel gekleurde bloemen. Het is vooral in Zuid-Europa een zeer geliefde sierboom die daar ook vaak als kleine straatboom wordt gebruikt. In het grootste deel van West-Europa is hij niet winterhard en moet hij als potplant gekweekt worden en vorstvrij overwinteren. Er zijn nu wel enkele vormen op de markt die beter winterhard zijn en mits enige bescherming een niet te koude winter kunnen overleven, vooral dan op een beschutte standplaats, bv. een patio- of stadstuin, eventueel geleid tegen een muur.
L. indica is inheems in China, en verspreidde zich van daaruit als tuinplant naar Korea, Japan en Indië. Hij werd rond 1750 in Europa geïntroduceerd door de Zweedse handelaar Magnus von Lagerström, directeur van de Zweedse Oost-Indië Compagnie en vriend van Linnaeus voor wie hij heel wat planten meebracht uit Indië.
In het Frans wordt de plant ook Fleur de mousseline, Myrte de crêpe en Fleur de papier crépon genoemd, in het Engels crape myrtle, allemaal namen die verwijzen naar de crêpepapier-achtige bloemblaadjes en de gelijkenis van het blad met de myrte.

Shape

  • Growing habit: Struik of kleine, vaak meerstammige of laagvertakte boom met een dichte, eerder smalle, vaasvormige of bolronde kroon
  • Height: afhankelijk van de vorm 2-3 of 5-7 m
  • Width: afhankelijk van de vorm 2-3 of 5-7 m
  • Vigour: matig
  • Root system:

Leaf

  • Shape: enkel, meestal tegenoverstaand of in groepjes van drie; kortgesteeld; ovaal og lang elliptisch, met spitse top en ronde voet, gaafrandig, 5-10 cm lang
  • Color: donkergroen, onderzijde lichter groen
  • Fall color: geel met oranje, rood, bruin en purper
  • Special features:

Flower

  • Shape: symmetrische bloemen, 2-5 cm groot, bestaande uit zes of zeven rimpelige kroonblaadjes met golvende rand, onderaan versmald, met een veertigtal lange meeldraden en een lange stijl; De bloemen staan in sering-achtige pluimen van 10 tot 30 cm lang aan het uiteinde van de jonge takken.
  • Color: roze, lila, paars, rood of wit, soms tweekleurig, met contrasterende gele meeldraden
  • Point of time: Bloeit uitzonderlijk lang, van juli tot september
  • Special features:

Fruit

  • Shape: breed ellipsvormige 6-delige capsule (1-1,5 cm) die openspringt als de zaden rijp zijn; bevatten gevleugelde zaadjes
  • Color: eerst groen, later bruinzwart
  • Point of time: vanaf september, blijven de hele winter hangen

Stem

  • Stem / bark: Gladde grijs- of kaneelbruine schors met roze vlekken. Op oudere leeftijd bladdert ze in fijne schillen af, waardoor decoratieve geelroze en groene vlekken ontstaan.

Cultivation requirements

  • Stand: Goed beschutte, zonnige standplaats
  • Ground: frisse, neutrale bodem
  • Climate zone: 9
  • Special features: In het grootste deel van West-Europa is hij niet winterhard.Kan elk jaar in het vroege voorjaar sterk teruggesnoeid worden om een compacte vorm te behouden

Share this page