Liriodendron tulipifera 'Aureomarginatum'

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Bladverliezend Groot Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Liriodendron tulipifera 'Aureomarginatum' (of ‘Variegatum’) is een interessante cultivar van de Amerikaanse tulpenboom geelgerand blad. Hij groeit iets trager en blijft ook iets kleiner dan de gewone tulpenboom. Hij is daarom zeer geschikt als laan- en straatboom, maar evenzeer als fraaie solitair voor kleinere tuinen en parken.
Zowat alles aan deze boom is bijzonder. Er is ten eerste het grote en zeer fraaie gelobde blad waarvan de top als met een schaar is afgeknipt waardoor het op een gestileerde tulp lijkt. Het verkleurt bovendien zeer mooi geel in de herfst. Ook de grote, enigszins op een tulp gelijkende bloemen, groen met geel en oranje van kleur, zijn heel bijzonder.
Het is een oude Duitse cultivar, geselecteerd rond 1903.
Award of Garden Merit (AGM)

Shape

  • Growing habit: sterk opgaande boom met hoge kaarsrechte stam; onderste takken afhangend en aan de top gebogen, de hogere takken opgaand; vormt aanvankelijk een dicht en regelmatig vertakte piramidale, vrij brede, nogal open kroon.
  • Height: 15-25 m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: vrij snel
  • Root system: gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Langgesteeld; groot blad, 8-16 cm lang en breed; meestal gelobd met twee tot zes, meestal vier toegespitste lobben; top afgeknot of uitgehold waardoor het blad een beetje lijkt op een tulp; veernervig, middennerf met opgezet topspitsje; gaafrandig; aan onderzijde licht behaard.
  • Color: middelgroen met brede, onregelmatige gele rand, vooral in het voorjaar; in de loop van de zomer neiging om egaal geelgroen te kleuren.
  • Fall color: fel geel tot oranjegeel
  • Special features: Valt laat af. Bij oudere bomen is het blad kleiner en minder sterk gelobd.

Flower

  • Shape: Grote schotel- tot tulpvormige bloem, 3-6 cm doorsnede; met 6 eironde, wasachtige kroonbladen en 3 afstaande of teruggeslagen kelkbladen; talrijke vlezige meeldraden rond een hoofdje van slanke, groene vruchtblaadjes. Staan hoog in de boom, rechtopstaand op korte stelen op het einde van de takken.
  • Color: groen in de knop; de schutbladeren zijn bleek geelgroen en hebben oranje-gele vlekken aan de voet van het schutblad. De dikke meeldraden zijn diep geeloranje van kleur.
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: Sterk geurendBloemen zijn protogynisch, dat wil zeggen dat de stampers eerder rijp zijn dan de meeldraden. De bestuiving gebeurt door insecten. Het duurt meerdere jaren voor de boom een eerste keer in bloei komt.

Fruit

  • Shape: rechtopstaande, 6-8 cm lange vruchtkegels met vele spiraalsgewijs tegen elkaar gedrukte, tangvormige, gevleugelde vruchtjes.
  • Color: eerst groen, later bruin
  • Point of time: rijpt in augustus-oktober, blijven de hele winter hangen als verhoutte bloemen

Stem

  • Stem / bark: Jonge takken groenbruin, paarsig berijpt, later grijs; glad met verhoogde bladlittekens; de knoppen zijn groot en lang met 2 purperen schubben. Schors is licht grijsgroen en aanvankelijk glad, later met onregelmatige barsten en richels en oranjebruine strepen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon
  • Ground: Diepe, humeuze en vochthoudende, liefst iets leemhoudende grond, mag nooit uitdrogen. Lichtzuur tot licht alcalisch
  • Climate zone: 6a
  • Special features: De beste planttijd met kluit is het late voorjaar omdat de vlezige wortels gemakkelijk afbreken; geschikt voor stadsklimaat.

Share this page