Lonicera xylosteum

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Bladverliezend Klein Middelgroot Opvallende vrucht Opvallende geur Volle zon Opvallende bloei

Description

Lonicera xylosteum, de rode kamperfoelie, is een struikvormende, bladverliezende kamperfoeliesoort die tot twee meter hoog kan worden. Het is een lage, vrij breed uitgroeiende struik met vrij groot, grijsgroen blad. Zeer geschikt voor losse hagen en houtkanten, ook voor berm- en vakbeplanting.
Hij is zeer winterhard.
De rode kamperfoelie komt in vrijwel heel Europa voor, tot in West-Siberië. In België en Nederland is hij in het wild zeer zeldzaam en staat op de Rode lijst bedreigde planten.
Rode kamperfoelie wordt al minstens sinds de 17de eeuw aangeplant als sierplant in tuinen en parken, en ook in gemengde hagen.
Het zeer harde hout van de rode kamperfoelie werd vroeger gebruikt voor de vervaardiging van pijpen, tanden van eggen en weverskammen.

Shape

  • Growing habit: Opgaande, dicht zigzag vertakte struik met horizontaal groeiende en overhangende takken, vormt een bolronde kroon;
  • Height: 2-3 m
  • Width: 2-3 m
  • Vigour: matig
  • Root system: vormt uitlopers; gevoelig voor verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Enkel, met twee tegenoverstaand; elliptisch tot eirond, met spitse top en wigvormige voet, 3-6 cm lang; gaafrandig; kortstelig; zacht behaard
  • Color: glanzend donker grijsgroen aan bovenkant, blauwgroen aan onderkant
  • Fall color: geelgroen met paarse tinten
  • Special features: Loopt zeer vroeg uit

Flower

  • Shape: kleine, slank buisvormige behaarde bloempjes, ong. 1 cm lang. Ze zijn vijflobbig en tweelippig, de meeldraden steken niet buiten de kroon uit; staan paarsgewijs in oksels aan een lange gemeenschappelijke steel
  • Color: geelwit
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: geurend, vooral s avonds

Fruit

  • Shape: vlezige ronde bes, ong. 1-1,5 cm dik; staan meestal paarsgewijs in kleine, dichte hangende trosjes
  • Color: glanzend rood
  • Point of time: juli-september

Stem

  • Stem / bark: Takken grijsbruin, behaard, op latere leeftijd donkergrijs. Oudere takken krijgen hard, geel hout, terwijl in het merg een holte ontstaat

Cultivation requirements

  • Stand: Zon/Halfschaduw
  • Ground: Groeit op haast elke, zelfs arme grond, bij voorkeur zanderig en vooral goed gedraineerd, zowel lichtzuur als kalkrijk;
  • Climate zone: 3
  • Special features: Verdraagt zeer goed snoei; geschikt voor stadsklimaat en industriegebieden; zeer goed bestand tegen strooizout en zeewind

Share this page