Nyssa sylvatica

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Zure grond Natte standplaats Bladverliezend Middelgroot Groot Volle zon

Description

Nyssa sylvatica, de zwarte tupeloboom, komt van nature voor in moerassige gebieden en meer droge hellingen in het oosten van Noord-Amerika (van Maine, over Ontario en Michigan tot Florida en Texas). Hij behoort door zijn sierlijke vorm en mooi blad en vooral door zijn schitterende herfstkleuren tot onze mooiste parkbomen. Hij kan uiteindelijk een aanzienlijke hoogte bereiken, maar groeit in zijn jeugd traag, zodat hij tientallen jaren achter elkaar ook in een kleine tuin voldoende ruimte heeft.
Het hout van N. sylvatica is heel hard waardoor het traditioneel gebruikt wordt voor handvatten.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Middelgrote tot grote boom met een mooi gevormde, breed kegelvormige tot rond pyramidale, op latere leeftijd soms bijna rondovale kroon met een opgaande stam en dikke, afhangende takken en twijgen die vrij dun blijven en als spaken van een wiel zijn ingeplant.
  • Height: 15-30 m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: meestal vrij traag
  • Root system: gevoelig voor verdichting, verharding en elke verstoring

Leaf

  • Shape: Enkelvoudige bladeren staan verspreid; omgekeerd eirond of elliptisch, 5-12 cm lang, 2-7 cm breed, die naar de punt breed toelopen, aan de basis meestal kielvormig; meestal gaafrandig
  • Color: glanzend donker- of geelgroen, onderkant blauwgroen. Jonge blad bij uitlopen roodgroen.
  • Fall color: helderrood, vaak met tinten oranje, geel en paars
  • Special features: Schitterende herfstkleuren, afhankelijk van standplaats en weersomstandigheden.

Flower

  • Shape: Kleine, weinig opvallende bloemhoofdjes, hangen in groepjes aan lange steeltjes.
  • Color: groenig tot wit
  • Point of time: mei, samen met het blad
  • Special features: tweeslachtig, maar soms toch mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom

Fruit

  • Shape: eivormige steenvruchtjes met vlezig vruchtvlees en één zaadje, ong. 1 cm lang
  • Color: donkerblauw tot paars
  • Point of time: eind september-oktober

Stem

  • Stem / bark: De stam is bedekt met bruinachtig grijze schors, bij het ouder worden gebarsten als de huid van een krokodil, die in grote stukken uiteenvalt. Jonge takken zijn roodbruin met ronde lenticellen.

Cultivation requirements

  • Stand: Bij voorkeur volle zon, eventueel lichte schaduw
  • Ground: voedselrijke, eerder vochtige maar toch doorlatende grond, die neutraal tot zuur (pH 5-6,5) moet zijn.
  • Climate zone: 6b
  • Special features: Matig windbestendig. Jonge bomen moeten de eerste jaren vochtig gehouden worden en zijn gevoelig voor vorst. Wordt het best in de lente ge/verplant. Goed bestand tegen stadsklimaat, maar gevoelig voor luchtvervuiling. Wel matig bestand tegen strooizout.

Share this page