Quercus ilex

Decoratief blad Lichte schaduw Zure grond Kalkhoudende grond Droge standplaats Middelgroot Decoratieve schors Wintergroen Volle zon

Description

Quercus ilex, de Steeneik of Hulstbladige eik, is een bladhoudende soort die van nature voorkomt in de landen rond de Middellandse Zee. Q. ilex is een variabel type waarvan in het wild tal van ondersoorten en variëteiten voorkomen met een licht verschillende groeiwijzen, verschillende bladvormen, enz.
Hij wordt al sinds de oudheid als sierboom aangeplant. In zuiderse landen kan hij zeer oud worden en wordt het een imposante boom van 20-25 m hoog met een stamdoorsnede van 2 m en meer. In koudere streken blijft hij meestal kleiner en is het vaak eerder een flinke struik of een kleine tot middelgrote, vaak meerstammige boom. 
Ondanks zijn zuiderse afkomst is hij ook bij ons op een min of meer beschutte standplaats of in een stedelijke omgeving betrouwbaar winterhard. Jonge bomen moeten in de winter wel wat worden afgedekt, tenzij ze goed beschut staan. Vooral schrale winden en ochtendzon tijdens een vorstperiode kunnen het blad beschadigen.
Het is vooral ’s winters een zeer decoratieve boom die zeker meer aandacht verdient voor toepassing in tuinen en openbaar groen.
Award of Garden Merit 1993, 2002

Shape

  • Growing habit: Meestal meerstammige of laagvertakte boom met een knoestige stam en een zeer dichte, brede, ronde tot koepelvormige kroon. Meestal zijn de takken opgaand.
  • Height: 6 tot 15 m
  • Width: 4 tot 10 m
  • Vigour: zeer traag
  • Root system: Redelijk bestand tegen verharding en verdichting; vormt uitlopers.

Leaf

  • Shape: De bladeren variëren van lang en smal tot eivormig, 2-8 cm lang en 1,5  4 cm breed; Op jonge takken scherp getand, zoals een hulstblad; naarmate de takken ouder worden, worden de bladranden meer gegolfd, en uiteindelijk glad. Onderzijde wollig behaard; Leerachtig. De korte bladsteel is wollig behaard en 1 tot 2 cm lang.
  • Color: bovenzijde glanzend groen, onderzijde grijsachtig groen
  • Fall color:
  • Special features: Wintergroen, blijft twee jaar hangen en valt dan pas af.

Flower

  • Shape: Mannelijke katjes, hangend, 4-7 cm lang; vrouwelijke bloemen staan in de bladoksels;
  • Color: mannelijke bloemen goudgeel, vrouwelijke groenachtig
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: Eenhuizig. De mannelijke en vrouwelijke bloemen komen in aparte bloeiwijzen op de boom voor. Bloeit in zacht klimaat heel rijk.

Fruit

  • Shape: Napjes met eivormige eikels, 1-2 cm lang; staan met 1-2 bijeen, direct op tak of aan korte steeltjes. Napje met viltige, driehoekige schubben; Het napje omsluit de eikel voor bijna de helft
  • Color: licht grijsgroen, roodbruin bij afrijpen
  • Point of time: Rijpen in september-oktober

Stem

  • Stem / bark: De schors is bruinachtig zwart tot zwart; aanvankelijk glad, op oudere leeftijd in kleine vierkante platen gebarsten. Dof grijsachtig bruine twijgen met wollige haartjes. Kleine geelbruine knoppen; de eindknop heeft ongekrulde borsteltjes

Cultivation requirements

  • Stand: Zonnige tot licht beschaduwde, goed beschutte standplaats
  • Ground: Geeft de voorkeur aan matig tot voedselrijke, zeer goed gedraineerde, eerder lichte en droge bodem, van zuur tot licht kalkhoudend.
  • Climate zone: 8a
  • Special features: Redelijk windbestendig, ook zeewind. Vrij goed bestand tegen strooizout; Verdraagt luchtvervuiling en stadsklimaat. De eerste jaren moet de boom/struik tegen vorst worden beschermd.

Share this page