Robinia pseudoacacia Bessoniana

Decoratief blad Lichte schaduw Bladverliezend Groot Decoratieve schors

Description

Robinia pseudoacacia ‘Bessoniana’ is een oude cultivar van de Valse acacia of Schijnacacia die rond 1859 ontstond en die zeer gegeerd is als straat- en laanboom omdat hij weinig of geen doornen heeft en een regelmatiger gevormde kroon dan de soort. Hij bloeit echter veel minder overvloedig dan de soort en wordt ook iets minder groot. De kroon is bij jonge bomen vrij dicht, bij het ouder worden wordt hij iets luchtiger maar blijft toch dichter dan die van de soort. Hij meestal een doorgaande stam.  Net als de soort is het een decoratieve en snelgroeiende loofboom met mooi blad en een typische schors. Hij komt laat in het blad, vaak pas tegen juni, en blijft in het najaar lang zijn blad houden.

Shape

  • Growing habit: Krachtig groeiende boom met een doorgaande stam en breed uitgroeiende takken, aanvankelijk horizontaal, later meer opgaand groeiend. De kroon is aanvankelijk breed eivormig en vrij dicht, later meer bolvormig en losser.
  • Height: 15-25 m
  • Width: 10-15 m
  • Vigour: Snel
  • Root system: Verdraagt goed verharding. Vormt veel worteluitlopers, vooral op rijkere gronden. De horizontaal groeiende wortels kunnen de bestrating opdrukken.

Leaf

  • Shape: Samengesteld, oneven geveerd, 15-30 cm lang; met 7 tot 19 ovale tot eironde deelblaadjes, veernervig met gladde rand, elk 2 tot 5 cm lang. Deze cultivar heeft weinig doornen.
  • Color: aan de bovenkant frisgroen en aan de onderkant blauwgroen
  • Fall color: geel
  • Special features: Bij nat weer en s nachts plooien de blaadjes dicht

Flower

  • Shape: tweelippige vlinderbloempjes met een brede vlag, met 5 kroon- en 5 kelkblaadjes, tien meeldraden en één enkele stamper. Staan in dichte, hangende trossen, 10 tot 20 cm lang
  • Color: crèmewit, met gele vlekjes
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: Bloeit weinig of niet

Fruit

  • Shape: Platte, leerachtige peulvrucht, 5 tot 10 cm lang, met gevleugelde rand; bevat 4 tot 10 kleine, niervormige zaden die in ons klimaat niet altijd kiemkrachtig zijn.
  • Color: roodbruine peulen met zwarte zaden, worden donker grijsbruin bij het rijpen.
  • Point of time: Vanaf juli, blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen

Stem

  • Stem / bark: Donkere schors, in het begin glad, later grof en geschubd, diep spiraalvormig gegroefd en knoesterig. Jonge takken hebben een gladde, olijfgroene later bruine schors met rode doornen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: R. pseudoacacia wordt bij voorkeur op droge, lichte en eerder arme gronden geplant. Op een te rijke grond groeit hij te hard, waardoor hij erg bros wordt en gevoelig voor takbreuk. Bovendien wordt dan het afharden in de herfst vertraagd, wat kan leiden tot vorstschade. Een natte standplaats of een wisselende grondwaterstand waarbij de wortels in het water komen te staan, vergroten de kans op wortelrot. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende bodems.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Is beter bestand tegen wind dan de soort en vertoont minder takbreuk. Verdraagt goed verharding en luchtverontreiniging.

Share this page