Robinia pseudoacacia Semperflorens

Decoratief blad Lichte schaduw Droge standplaats Bladverliezend Groot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Robinia pseudoacacia ‘Semperflorens’ is een zeer bloeirijke cultivar van de Valse acacia of Schijnacacia. Hij bloeit in juni/juli een eerste keer en kent in augustus/september een herbloei, waardoor hij bijna de hele zomer bloeit. De crèmewitte bloemen staan in lange, hangende trossen die zoet geuren en zeer geliefd zijn bij bijen. Omwille van de overvloedige bloei is dit een geliefde straat- en parkboom.
Het is een krachtig groeiende boom die tot 20-25 m hoog kan worden, met een eerst redelijk smalle ovale, later bredere eironde kroon. De kroon is regelmatiger dan bij de soort, maar heeft de karakteristieke luchtigheid waardoor het een aangename schaduwboom is. De twijgen hebben weinig of geen doornen.
Het is een oude Franse cultivar, bekend sinds 1874.

Shape

  • Growing habit: Krachtig groeiende boom met een eironde, wat afgeplatte transparante kroon die door zijn bladstand mooi diffuus licht doorlaat.
  • Height: 15-25 m
  • Width: 8-15 m
  • Vigour: snel
  • Root system: Verdraagt goed verharding. Vormt veel worteluitlopers, vooral op rijkere gronden. De horizontaal groeiende wortels kunnen de bestrating opdrukken.

Leaf

  • Shape: Samengesteld, oneven geveerd, 15-30 cm lang; met 7 tot 19 ovale tot eironde deelblaadjes, veernervig met gladde rand, elk 2 tot 5 cm lang.
  • Color: matgroen
  • Fall color: geel
  • Special features: Bij nat weer en s nachts plooien de blaadjes dicht

Flower

  • Shape: tweelippige vlinderbloempjes met een brede vlag, met 5 kroon- en 5 kelkblaadjes, tien meeldraden en één enkele stamper. Staan in dichte, hangende trossen, 10 tot 20 cm lang
  • Color: crèmewit, met gele vlekjes
  • Point of time: juni-juli, en opnieuw in augustus-september
  • Special features: Zeer rijke en lange bloei; geurend; eetbaar; wordt druk bezocht door de bijen

Fruit

  • Shape: Platte, leerachtige peulvrucht, 5 tot 10 cm lang, met gevleugelde rand; bevat 4 tot 10 kleine, niervormige zaden die in ons klimaat niet altijd kiemkrachtig zijn.
  • Color: roodbruine peulen met zwarte zaden, worden donker grijsbruin bij het rijpen.
  • Point of time: Vanaf juli, blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen

Stem

  • Stem / bark: Donkere schors, in het begin glad, later grof en geschubd, diep spiraalvormig gegroefd en knoesterig. Jonge takken hebben een gladde, olijfgroene later bruine schors met weinig of geen doornen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: R. pseudoacacia wordt bij voorkeur op droge, lichte en eerder arme gronden geplant. Op een te rijke grond groeit hij te hard, waardoor hij erg bros wordt en gevoelig voor takbreuk. Bovendien wordt dan het afharden in de herfst vertraagd, wat kan leiden tot vorstschade. Een natte standplaats of een wisselende grondwaterstand waarbij de wortels in het water komen te staan, vergroten de kans op wortelrot. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende bodems.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Is niet goed bestand tegen (zee)wind. Verdraagt goed verharding en luchtverontreiniging.

Share this page