Robinia pseudoacacia Monophylla (Robinia pseudoacacia Unifoliola)

Decoratief blad Lichte schaduw Droge standplaats Bladverliezend Middelgroot Eetbaar Opvallende vrucht Opvallende geur Decoratieve schors Volle zon Opvallende bloei

Description

Robinia pseudoacacia ‘Unifoliola’ of ‘Monophylla’ is een ongewone cultivar van de Valse acacia die, in plaats van het typische oneven geveerde blad, een samengesteld blad heeft dat bestaat uit één groot topblad met twee of vier kleine deelblaadjes. Soms zijn de deelblaadjes helemaal verdwenen en blijft alleen het grote topblad over.
Het is een snelgroeiende, middelgrote boom met een rechte, doorgaande stam en een vrij smalle kroon. De takken zijn ongedoornd. Hij bloeit in juni met grote trossen crèmewitte bloemen met een indringende zoete geur. Het blad blijft in de herfst opvallend lang hangen.
Het is een cultivar die gekend is sinds 1855.

Shape

  • Growing habit: Snelgroeiende boom met een doorgaande stam, weinig vertakt waardoor een losse, wat onregelmatige kroon ontstaat. De kroon is vrij smal kegelvormig.
  • Height: 10-15 m
  • Width: 4-6 m
  • Vigour: Snel
  • Root system: Verdraagt goed verharding. Vormt veel worteluitlopers, vooral op rijkere gronden. De horizontaal groeiende wortels kunnen de bestrating opdrukken.

Leaf

  • Shape: onregelmatig samengesteld blad, bestaande uit één groot topblad van 15 cm lang, en één tot drie paar kleine zijblaadjes
  • Color: helder- tot donkergroen, onderkant grijsgroen
  • Fall color: geel
  • Special features: Bij nat weer en s nachts plooien de blaadjes dicht. Blijft ind e herfst lang hangen.

Flower

  • Shape: tweelippige vlinderbloempjes met een brede vlag, met 5 kroon- en 5 kelkblaadjes, tien meeldraden en één enkele stamper. Staan in dichte, hangende trossen, 10 tot 15 cm lang
  • Color: crèmewit, met gele vlekjes
  • Point of time: mei-juni
  • Special features: geurend; eetbaar; wordt druk bezocht door de bijen

Fruit

  • Shape: Platte, leerachtige peulvrucht, 5 tot 10 cm lang, met gevleugelde rand; bevat 4 tot 10 kleine, niervormige zaden die in ons klimaat niet altijd kiemkrachtig zijn.
  • Color: roodbruine peulen met zwarte zaden, worden donker grijsbruin bij het rijpen.
  • Point of time: Vanaf juli, blijven vaak tot in de winter aan de boom hangen

Stem

  • Stem / bark: Donkere schors, in het begin glad, later grof en geschubd, diep spiraalvormig gegroefd en knoesterig. Jonge takken hebben een gladde, olijfgroene later bruine schors, zonder doornen.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon-half schaduw
  • Ground: R. pseudoacacia wordt bij voorkeur op droge, lichte en eerder arme gronden geplant. Op een te rijke grond groeit hij te hard, waardoor hij erg bros wordt en gevoelig voor takbreuk. Bovendien wordt dan het afharden in de herfst vertraagd, wat kan leiden tot vorstschade. Een natte standplaats of een wisselende grondwaterstand waarbij de wortels in het water komen te staan, vergroten de kans op wortelrot. Hij verdraagt zowel zure als kalkhoudende bodems.
  • Climate zone: 6a
  • Special features: Is niet goed bestand tegen (zee)wind. Verdraagt goed verharding en luchtverontreiniging.

Share this page