Ulmus Columella

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Kalkhoudende grond Bladverliezend Groot Decoratieve schors Volle zon

Description

Ulmus ‘Columella’ is een Nederlandse selectie van de iep die 1967 is ontstaan in het Instituut De Dorschkamp (het huidige Alterra) in Wageningen uit zaad van een vrijbestoven iep U. ’Plantijn’. De voorouders zijn dus dezelfde als die van U. ’Plantijn’: U. glabra ’Exoniensis’, U. wallichiana en twee vormen van U. carpinifolia. Tot nu toe is hij volledig immuun gebleken tegen de gevreesde iepenziekte.
Kenmerkend is de smalle, zuilvormige groeiwijze en de vrij losse kroon. Hij is zeer geschikt voor gebruik in het stedelijk gebied, voor (smalle) straten, parken en tuinen.
De naam ‘Columella’ verwijst naar een Romeinse keizer die in de eerste eeuw na Christus een verhandeling over de landbouw schreef, waarin hij ook aandacht besteedde aan de iep, o.m. als veevoeder.

Shape

  • Growing habit: Sterk opgaande boom met een doorgaande stam, met schuin opstaande, zijtakken. Heeft een smalle, zuilvormige, vrij open kroon die bij het ouder worden wel iets breder kan worden.
  • Height: 15-20 m
  • Width: 4-5 m
  • Vigour: matig tot sterk
  • Root system: vrij goed bestand tegen verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: omgekeerd eirond, 6-10 cm; ongelijke bladvoet; grof gezaagde bladrand; dicht generfd; sterk gekroesd en gedraaid
  • Color: glanzend groen
  • Fall color: geel
  • Special features: Staat pas half mei volop in blad, blad blijft tot in november hangen.

Flower

  • Shape: tweeslachtig; klokvormig, het bloemdek is klein, aan de slippen onderling vergroeid. Daar boven staan de meeldraden met paarse helmhokken en de stamper. Staan bijeen in dichte langgesteelde bundels
  • Color: lichtgroen
  • Point of time: vanaf einde maart, voor het blad
  • Special features:

Fruit

  • Shape: afgeplatte ronde nootjes met een brede gevleugelde rand in dichte trossen
  • Color: bruin
  • Point of time: rijp in mei

Stem

  • Stem / bark: Bast aanvankelijk glad en zilvergrijs, later zwartgrijs en sterk gegroefd; jonge takken bruin.

Cultivation requirements

  • Stand: Zon - lichte schaduw
  • Ground: bij voorkeur op tamelijk voedselrijke, vochthoudende en kalkrijke grond.
  • Climate zone: 5a
  • Special features: Bestand tegen luchtvervuiling; goed (zee)windbestendig; immuun tegen de iepenziekte.

Share this page