Viburnum opulus

Decoratief blad Opvallende herfstverkleuring Lichte schaduw Kalkhoudende grond Bladverliezend Klein Giftig Opvallende vrucht Volle zon Schaduw Opvallende bloei

Description

Sneeuwbal of Gelderse roos, Viburnum opulus, is een inheemse soort. Hij komt in vrijwel geheel Europa voor, in West- en Noord-Azië en Noord-Afrika. Het is een bladverliezende, tot 4 m hoge struik. De bladeren zijn drielobbig, getand en aan de onderkant kaal of behaard, en lijken een beetje op een esdoornblad. Opulus betekent met bladeren als de aak (esdoorn). Ze zijn in het najaar heldergeel, rood of roodbruin gekleurd. Hij bloeit in het begin van zomer met witte bloemschermen die zeer geliefd zijn bij vlinders. Later volgen de grote trossen rode bessen. Alle delen van de Gelderse roos zijn giftig, ook de bessen. De vogels laten ze dan ook met rust zodat ze tot diep in de winter de struik blijven sieren.
Omdat het een nogal grote struik wordt met een wat ordeloze vorm, wordt hij vooral gebruikt in gemengde hagen en vogelbosjes, samen met bv. sporkehout, meidoorn, sleedoorn en bottelrozen.
De Nederlandse naam Gelderse roos verwijst waarschijnlijk naar de graven van Gelre (oude naam van Gelderland) die een blad in hun wapen hadden waarvan men dacht dat het van de Viburnum opulus zou zijn. Later bleek het om het blad van de mispel te gaan, maar de naam Gelderse roos was intussen ingeburgerd en bleef bestaan. Hij wordt ook wel eens wilde vlier of watervlier genoemd vanwege de gelijkenis van de bloemen en de bessen met vlier en omdat hij van nature vaak langs waterkanten groeit. 

Shape

  • Growing habit: Vrij grote, opgaande, warrig vaak gaffelvormig vertakte struik, met overhangende takken.
  • Height: 2-4 m
  • Width: 2-4 m
  • Vigour: matig tot sterk
  • Root system: bestand tegen verdichting en verharding

Leaf

  • Shape: Tegenoverstaand, enkel; breed eivormig, ong. 12 cm lang; handvormig ingesneden, met drie tot vijf spitse lobben; bladrand onregelmatig gezaagd; onderkant zijdeachtig behaard
  • Color: donkergroen, onderzijde grijsgroen
  • Fall color: oranjerood tot donkerrood
  • Special features:

Flower

  • Shape: de bloemen staan in vlakke, kantachtige schermen, ong. 10 cm groot; de fertiele bloemen in het centrum zijn vijftallig met een korte kroonbuis, de buitenste steriele randbloemen hebben opvallend grote kroonbladen om insecten te lokken
  • Color: fertiele bloemen zijn geelwit, de steriele randbloemen zijn wit
  • Point of time: mei-juli
  • Special features:

Fruit

  • Shape: kleine elliptische steenvrucht, ong. 1 cm groot, met één pit, in dichte trossen
  • Color: helder rood
  • Point of time: vanaf augustus

Stem

  • Stem / bark: Het jonge schot is lichtbruin en kaal. Oudere takken en stammen zijn geelgrijs.

Cultivation requirements

  • Stand: zon/half schaduw/schaduw
  • Ground: Lichte tot zware maar vooral voedzame en humusrijke en vochtige grond, licht zuur tot kalkrijk
  • Climate zone: 4
  • Special features: Zeer goed bestand tegen industriële luchtverontreiniging; zeer windvast; Gevoelig voor bladluis

Share this page